Honig uit den rotssteen - pagina 237
223 brengen,
is
niet
ren", en daarom
iets in
u, maar is Heeren volk
alleen het „Getuigenis des
behouden, ook
Hee-
doet het niets dan voor dat „Getuigenis" smaad lijden. Dat maakt dan ook dat er nooit een oogenblik mag geaarzeld om naar dat volk zich met het aangezicht toe te keeren, en dat alle ziel zich bezondigt, die dat „Getuigenis"-be warend volk van God minacht blijft
's
zijn eere
al
of haat.
Een
van „liefheid, trouw en menschelijken adel van hart" toekomst van een volk zeker niet verwerpelijk, maar als ge het vergelijkt met wat voor de toekomst van een volk in het „Getuigenis" ligt, dan komt die trouw en liefde van het menschenkind ternauwernood meer in aanmerking. God redt, God behoudt. God zelf beschermt een volk, nooit eenig mensch, nooit eenig schepsel, en omdat nu Godzelf niet anders dan in zijn „Getuigenis" het volk toespreekt, daarom hangt aan dat „Getuigenis" alles. Wee, wee dan ook het volk des Heeren, als het ooit iets anders ook maar dan drager van dat „Getuigenis" wil zijn. Dat „Getuigenis" is het zaad des levens, en het volk Gods is de zaaier, die het te zaaien heeft aan alle wateren. Zoo plant Paulus, zoo maakt Apollos nat. En dan ? Dan is er nog niets. Want zoomin uit een zaadkorrel ooit een kiem kwam zonder de inwerking van Godes almogende kracht, zoomin schoot er uit het zaad der „Getuigenis" ooit een kiem des eeuwigen levens op, zonder de bevruchtende inwerking van God den Heiligen Geest. schat
de
voor
is
.
.
.
Dit maant tot voorzichtigheid in de liefde voor 's Heeren volk. Liefhebben moet ge het. Aan de liefde voor dat volk wordt zelfs uw liefde voor den „Vader" gemeten. W^ie niet liefheeft het kind, hoe zal die Hem liefhebben die het kind heeft gegenereerd ? vraagt .Johannes, en de droeve ervaring drukt helaas, het zegel op, dat alle ziel, hoe vroom, en alle geest, hoe er, tintelend van vernuft ook, eindigen moet met van den weg af te
komen, het
gebrand
Aan
ze den netel niet uit hun hart uitrukten, die telkens, waarop ze afstuitten, het volk des Heeren gestoken
als
vele
om en
heeft.
God Gods lieve volk liefhebbe houden we dus strikt vast; er bijvoegende, dat al de verdorring van het nieuw opgeschoten plantsoen in den hof des Heeren, alleen daaraan te wijten is, dat die aansluiting aan Gods volk niet gezocht, die liefde niet gekweekt is, en dat Gods oude volk in deze landen door de nieuwe belijders van Jezus eigenlijk dien eisch, dat ieder kind van
met een onverdeelde
gestooten
is
liefde,
voor het hoofd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's