De leer der Verbonden - pagina 211
201 gerekend worden, duren zal, zo lang de zon en de maan zullen zyn, en dat hetzelve, uit kragt van Jesus dood en opstandinge, gewasschen zynde, eeuwig gelukzalig zal zyn. Zy kan daaruit niet besluiten, dat dit kind in 't hyzonder zalig zal worden; maar moet het, met ootmoedige onderwerpinge, overgeven, aan de Godlyke vrymagt, die de bepaling, in welk kind in 't byzonder, hy de belofte, aan haar gedaan vervullen zal, voor zig behouden heeft: egter mag zy, met elk kind, hoe boos het zy, tot eenen heiligen en regtveerdigen God, naderen, en voor hetzelve de reiniging van schuld en zonde, met onderwerping aan Gods vrymagt, smeken; met dat volle, verzekerde, geruste vertrouwen, dat zy, in deze toenaderinge en smekinge, Gode welkom zy, en dat Gods belofte en hare begeerte, is 't niet in dit kind, dan in andere, zekerlijk vervidd zal worden. Is de ouder, wiens eige natuurlyk kind gedoopt wordt, een Godzalige: zo kan hy, van dien doop, welken hy, met de Gemeente, in zyn eigen kind, ontfangt, diezelfde nuttigheid trekken, welke ik even, van de gemeente in 't gemeen, gemeld hebbe. Zyn de Godzalige ouders, omtrent hun eige staat, duister: zy konnen dan, met volle vry moedigheid,- op de belofte, aan de heilige gemeente gedaan, hun kind laten dopen. Durven zy niet denken, dat zy erfgenamen der belofte zyn: egter konnen zy volkomen zeker zyn, dat God, aan zyne heilige gemeente, de belofte gedaan heeft, en dezelve, aan de gemeente, in dit hun kind, konde vervullen. Zy mogen, met volle vrymoedigheid en onderwerpinge, voor dit kind bidden. Zyn de natuurlyke ouders onbegenadigde, die, in de uitwendige gestalte der kerke verkeeren: zo hebben zy mede eene onwaardeerbare nuttigheid, van den kinderdoop. Schoon zy, voor hun hoofd, geen lot nog deel hebben, in het woord der belofte: egter behoren hunne gedoopte kinderen, tot die, waaromtrent God, aan zyne gemeente, de dierbaarste beloften heeft gedaan. Zij worden onder de verbintenis gebragt, om elk van hunne gedoopte kinderen aan te merkeu, als een goed van de geheele gemeente, hetwelk het merkteken en zegel van God draagt, dat God in deszelfs lichaam, aan de gemeente, gegeven heeft; om hetzelve zorgvuldig op te voeden, en te laten onderwyzen; en om toe te zien, dat zy het door gene voorbeelden, daden of verzuiming, mishandelen. Onuitspreeklyk groot is het nut, dat de kinderen zelve, uit den kinderdoop, trekken konnen. Zynze onmondige, die met den doop niet werken konnen hebbenze onbegenadigde boze ouders: zy worden, door den doop, der gansche gemeente aanbevolen, om, op het zegel, dat zy in dez6 kinderen ontfangt, ook voor dezelve te pleiten, zig hun welzyn, als haar eigen, aan te trekken, en voor hen zorg te dragen. Is een gedoopt kind, tot jaren van onderscheid gekomen en onbegenadigd : het kan wel niet denken, dat zyn doop een zegel. ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's