Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 189

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 189

3 minuten leestijd

179

Zoomin de de

het doodelijk kranke oog zich door in het licht te staren tot kracht van het gezichtsorgaan herstellen kan, zoomin kan.

vorige

weer tot harmonische gemeenschap met den Heilige geontvangt hij ook in zijn dood even sterk den indruk van Gods majesteit, als het kranke oog den indruk van het schelle licht. Zelfs edele figuren, als Socrates en Plato, wil men, voeg er dan Confucius en Buddha bij, staan van het genadeleven Gods even ver als de diepst in zonden verzonkene, al toont hun nalatenschap onwederlegbaar, dat de hun aangeboren kennisse van het goddelijke op zeldzame hoogte ontwikkeld was. Ze hebben de schittering van Gods majesteit aanschouwd, maar nooit het zalige van de gemeenschap zijner barmhartige liefde gesmaakt. Wijzen waren ze, maar geen teruggekeerde kiuderkens in het Vaderhuis. Ze waren niet overgegaan uit den dood zondaar

raken,

al

in het leven.

De

vooral bij geloovige godgeleerden, in zwang gekomen deze aangeboren Godskennis met de „consciëutie" te vereenzelvigen, nemen we niet over. Zeer zeker hangt het gebied der consciëntie met de aangeboren Godskennis op het nauwst saam. Zonder de laatste is de consciëntie ondenkbaar. In den regel neemt de zondaar den indruk van Gods majesteit het sterkst in de consciëntie waar. En toch zijn beide niet hetzelfde. De consciëntie onderstelt een verleden, woorden of daden, waarin we ons bezondigd hebben, als openbaring van onze diep onheilige en zondige natuur, en kondigt ons daarover een hooger oordeel aan. Ze geeft ons dus geen aangeboren kennis van God, maar een van lieverlee zich openbarende kennis van ons eigen wezen. Het geweten is het innerlijk medeweten met God den Heilige van onze zonden. Bij een kind gaat de eerste werkelijke zonde aan de ontdekking, dat het een geweten heeft, vooraf. Vandaar dat bij een kind de aangeboren Godskennis veel sterker zich openbaart dan bij den volwassene, die onbekeerd bleef, terwijl het geweten, juist omgekeerd, bij het kind het zwakst is en bij den volwassene, ook al kwam hij niet tot bekeering, zich veel sterker openbaart. Het geweten behoort tot het domein van het zedelijk leven, de aangeboren Godskennis tot dat van het godsdienstig leven, twee sferen, die zeker in nauw verband staan, maar toch nooit in onze voorstelling mogen saamthans,

zegswijs,

om

vallen.

We geven daarom aan de uitdrukkingswijze van onze Hervormers de voorkeur, niet wijl ze ouder, maar wijl ze juister gedacht is, beter onderscheidt wat onderscheiden moet worden en ons minder aan gevaar voor afdeling naar den Pelagiaanschen kant blootstelt. Te scherper komt dit uit, zoo men in het oog houdt dat het geweten als geweten uitsluitend in den zondaar werkt. Eenmaal gereinigd zijnde, zegt de Hebreërbrief, zouden ze geen consciëntie der zonde meer gehad hebben. In den staat der gelukzaligheid is geen werking des gewetens denkbaar. Van Jezus wordt door geen enkel Apostel of

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 189

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's