Honig uit den rotssteen - pagina 88
!
!
74
maar het helpt niet. En (rod schijnt wreed, want God maar duwt naar beneden, o, Wat wreede, wat schriklijkc God toch En met dien doodsangst denkt zijn geloof dan te stikken. Tot .... tot het lang genoeg is .... en de Heerc hem met zijn andere hand weer opbrengt, en hij weer bovenkomt en zijn ziel weer oiidcro;aan,
helpt
niet, !
ademhaalt, en hij zijn God weer en hij bij zichzelven tluistert: Vader toch miskend !" ziet,
in
het „vertroostend aangezicht"
„Wat heb
ik mijn lieven
God en
XXVIT. B^tiiirtjencn öc a3cc^t lim^
om
te ijaan,
"Waarhenen de Geest was gen zij.
öingcn
.;ij.
om
te gaan, ginEzech. 1 20. :
Het voorrecht van Israëls profeten was (jroot. Ze hadden veel ora Heeren naam te verduren. Maar ze hebben uit de heerlijkheden van dien naam dan ook teugen ingedronken, zooals ze óns nooit over de lippen komen. Denk maar eens aan Ezechiëls verrukkelijk gezicht van Gods heilige cherubijnen. Men voelt het dan ook aan al de profetieën van dezen ziener, dat 's
dit
heerlijk gezicht van die engelen
hem
altijd
bij
is
gebleven;
hem
weer bezielde en een verkwikking nog in de heugenis was. Die engelenwereld is zóó om meê te dweepen Dat wemelende, golvende, bruisende leven van heilige, zalige geesten, om den troon der ongeziene heerlijkheid Al wat Gods Woord er van meldt, is zoo prachtig. Eén schittering van glans en glorie voor het oog. Het is onder die engelen een altijd jubelen en juichen en lofzingen voor den Eeuwige. Er is in hun gestalte iets teeders, iets aanminnigs, iets zoo telkens
;
Die vleugelen vooral waarmee ze het aangezicht voor God bedekken, toonen zoo diepe, heerlijke aanbidding. Och! hoeveel geestelijk-gezelliger zou het leven voor Gods kinderen niet zijn, als ze meer indachtig waren aan die heilige waarheid, dat die vriendelijke wezens, die dienende geesten, die jubelende engelen steeds om hen zijn en merken op wat God de Heere is werkende en arbeidende en polijstende aan ofls inzinkend, onafgewerkt hart. Het is toch geen bijgeloof om op die engelen en hun doen te merken. En omdat de dolende kerk van Korae den engelendienst misbruikt, behoeven wij toch niet prijs te geven, wat Gods heilig Woord ons in dat engelenleven als een schat en rijkdom voor onze schoons.
ziel
beschikt heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's