Het heil ons toekomende - pagina 198
188
Wie
belijdt dat wel zijn hoofdhaar, maar bloed in zijn aderen maar niet de levensstorm is zijn gemoed, wel de draad zijns levens, maar niet zijn willen en denken in de hand des Heeren is, onthoudt aan God wat juist het edelst en meest Godewaardig is; verlaagt den gang der geschiedenis tot een spel des toevals, en plaatst zich in lijnrechte weerspraak met het woord van koningslippen in het Spreukenboek gevloeid „dat het hart der koningen in de hand des Heeren is als een waterbeek." Houdt men zich daarentegen aan de openbaring van Gods heilig Woord, dan volgt hier ook uit, dat elke aanraking waarin ons hart met het Woord Gods, met het Evangelie der behoudenis, met den Raad ter verlossing, 't zij dan middellijk of onmiddellijk, komt, aan de zorge en beschikking Gods gebonden is. En evenzoo, dat de overgang van den stoot, die deze aanraking gaf, naar de wereld van ons inwendig leven, door Hem wordt geleid. Ja ook, dat de werking die door den overgang van dezen schok in onze inwendige wereld zal geoefend worden, geen oogenblik buiten het bestek zijner almachtige liefde en wijsheid gaat. Nu leert de ervaring, dat deze vier factoren: 1. ons levenslot, 3. de aanraking met het Evangelie, 3. de overgang van de daardoor geoefende werking naar ons inwendig leven, en 4. het effect, dat daardoor in onze inwendige wereld, in ons hart en onze nieren gein Gods hand de instrumenten zijn, die Hij zóó oefend wordt, schikt en samenvoegt, dat de waarheden van Gods Woord in ons worden doorleefd, op soortgelijke wijs, als ze doorleefd werden door de patriarchen en profeten. Voor zooveel dit op het tijdperk vóór onze bekeering betrekking heeft, vormt dit het uitgestrekt en rijk terrein der voorbereidende genade, wier doel is, den akker van ons hart te bereiden tot die goede aarde, waarin het zaad des Woords
zienigheid Gods vernietigen. zijn hartstochten, wel
niet
het
:
—
•
onder de bezwangering des Heiligen Geestes straks dertig-, zestig- en honderdvoudige vrucht zal voortbrengen. Alle neiging en zin, gevoel en wil, verstand en verbeelding worden door die voorbereidende genade, als door een arbeid van onnaspeurlijke kunst en goddelijke want ze wijsheid alzoo geschikt en geleid, niet dat ze goed zijn, maar dat ze de geschiktzijn en blijven nog roerselen des doods, heid bezitten om de levensvonk in zich te ontvangen. De aarde is goed om vrucht te dragen, maar die aarde op zichzelf, die aarde aan zichzelf overgelaten, en zoo er niet in gezaaid wordt, zal eerst niets, straks slechts onkruid voortbrengen. Neen, ze heet daarom slechts „goed" in de gelijkenis, wijl ze geschikt is om het zaad in zich te ontvangen, en door de levenskiem die met dat zaad in haar komt en uit oorzaak van het verband, dat tusschen dat zaad en de bestanddeelen van dien grond bestaat, de kiem te doen opschieten en de aren te doen persen.
—
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's