Het heil in ons - pagina 26
! :
1.6
daarna komt
hij tot het aannemen van Jezus en het gelooven in zijn naam, en eerst daarop volgt het worden van een kind Gods. Eeeds vermoedt men, waaruit deze schijnbare tegenstrijdigheid te
verklaren
is.
Een kind
dat pas geboren werd, weet nog niet dat het een vader kent dien vader nog niet, heeft nog geen kindsbewustzijn. Men kan dus ook in het natuurlijk leven onderscheiden tusschen een kind, dat wel geboren is maar zich zelf nog niet als kind kent, en het tot bewustzijn ontwaakte, dat zijn kindsbetrekkin g tegenover zijn vader gevoelt. Dit nu geldt nog in veel sterker zin bij de geestelijke geboorte. Het zaad des levens ontvangen te hebben in de ziel, en te zijn doorgebroken tot de vrijheid en de blijdschap der kinderen Gods, verschilt hemelsbreed. Tusschen die beide ligt al de worsteling en al de smart, het struikelen en zich weer oprichten, het vallen en opstaan, waardoor de ten leven verwekte allengs het wandelen leert op dien verschen en levenden weg, die tot de gemeenschap met den Vader leidt. Zelfs de bekeerde breekt, althans in den regel, daartoe niet aanheeft,
stonds door.
Ook hij komt eerst niet verder dan tot het aannemen van Jezus en het gelooven in diens naam. Een tijdlang acht hij, dat hiermee de levensstrijd voldongen is. Hij beschouwt het aannemen van Jezus en het gelooven in diens naam als het doel van zijn streven en zijn aanbidding. Dat ook dat aannemen van Jezus nog slechts middel was, om hem tot den Vader te brengen, komt eerst zelfs niet bij hem op. Eerst daarna toont Jezus zelf hem, dat hij, als onze Middelaar, ook bij ons, ook in onze toebrenging, niet zijn eer zoekt, maar de eer van den Vader die hem gezonden heeft. Dus door Christus zelf onderwezen en van dwaling overtuigd, komt de geroepene als vanzelf tot dat ontzaglijk oogenblik, waarin God Drieëenig hem met heilige majesteit in de ziel fluistert, dat hij met Hem te doen heeft en eerst in de volle gemeenschap met het hoogheilig Wezen zaligheid vinden kan. Dan eerst Yomihei Ahha! Vader Dan eerst wordt het „Onze Vader" uit de diepste kern der ziel gebeden. Dan eerst wordt het verwijt van Jezus aan Philippus begrepen „Zijt gij zoolang reeds met mij geweest en hebt gij mij nog niet gekend, Philippus? Die mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien!" „Toon ons den Vader" vraagt men na het „Abba! Vader!" niet
—
meer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's