Honig uit den rotssteen - pagina 310
:
296
komt ge toch om
gesloten
nog zoo
fraai
en
uw
leeraar
van dorst.
nog zoo
En
zoo ook,
al
is
uwe kerk
zuiver, als de geleider des lichts
en des levens is afgesloten, blijft ge onder de zuiverste en prachtigste prediking gevoelloos als steen. Of liever nog, dan is er geen prediking, hoogstens een prediking in schijn.
Want eerst
zie,
wat
tot j^i^^dikitig
eens menschen spreken op den kansel eigenlijk maakt, dat is juist die invloeiing van de kracht
des Heiligen Geestes.
metterdaad prediking van het Woord is, dan werkt het Trekt het niet aan, dan stoot het af. Als een ploegschaar gaat de scherpte der prediking door den akker der ziel. Vindt het aarden bodem, dan ten zegen, maar stuit het op een steen, dan schrijnt de ploegschaar en dringt den steen op zij. Indien het Woord Gods recht gepredikt wordt en de kracht van boven werkt, dan houden de vijanden Gods het er niet bij uit. Ze woorden er door geschokt. Ze sidderen. Ze deinzen terug. En niets getuigt meer tegen een leeraar, dan wanneer de vijanden Gods niets door hem geprikkeld worden. Zoo in vollen, volstrekten zin ligt het aan die kracht, waarvan Paulus gewaagt, aan die inwerkende bezvvangering van den Heiligen Geest, aan die inprenting van volle verzekerdheid. Daarom is de prediking des Woords een zoo teeder en heilig werk, en is het zoo schriklijk als de leeraar valsch op het orgel van het W'oord speelt en daardoor de harmonieën der vertroosting schril breekt. Maar daarom is het dan ook zoo broodnoodig, dat er gebed in de gemeente zij, niet voor dien prediker alsof hij iets bijzonders ware. Zie, een veld- of fabrieksarbeider heeft evenzeer behoefte aan de hulpe Gods als een predikant. En ook niet voor de prediking zelve, alsof dit werk zoo bij uitzondering moeilijk ware want zie, menschen van minder dan middelmatige gaven zijn er vaak toe bekwaam. Neen, maar gebed in de gemeente, om die invloeiing in het Woord van de hemelsche kracht, om die inwerking van het werk Gods als men nederzit, om de bezwangerende inmenging van den Heiligen Geest. Als er kerk is moet niet maar de leeraar werken in het Woord, maar evenzoo de gemeente meewerken in den gebede. Eerst als leeraar en gemeente beiden saamkwamen in het geloof „Daar zitten we nu machteloos en zonder iets,, tenzij God Almachtig nu zijn kracht doe nederdalen !" eerst dan ruischen de wateren des levens en is er prediking van het Woord in echten zin geweest. Want zonder dat, dan is er een ban. Een ban, die den zegen, die de werking, die de krachtsin vloeiing tegenhoudt. En onder zulk een ban, dan doet de prediking niet slechts geen nut, maar dan doet ze kwaad.
Als
er
altoos.
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's