Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 267

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 267

3 minuten leestijd

253

kwamen,

en ze hoort zuchten van „doodbraking", van „al de baren golven Gods" die over hun hoofd heenkabbelden, en dat ze toch nog weer Gods lof hebben verkondigd en toch nog weer gezongen

en

hebben

Ons

vroolijke liederen des lofs.

is zoo bijna altijd overspannen. ons scheepke voor wind en tij af, dan beelden we ons in dat elk gevaar is geweken, en lachen we om die donkere onweerskoppen die zich aan den horizon vertoonen en om het vermaan van ouden van dagen. Alles doet zich dan zoo schoon en blij aan ons voor, en als kinderen zonder zorg blijven we spelevaren op die dansende baren, zonder te denken aan den ontzaglijken afgrond, die onder die wateren schuilt. En evenzoo, omgekeerd, als die onweerskoppen vlammen gaan en de donder ratelt en de baren bergenhoog worden opgestuwd en het scheepke weigert aan ons zwikken van de roerpen te gehoorzamen, dan laat men opeens alle, hoop varen, en zou het roer maar willen laten schieten, en maar met de oogen dicht zich neerwerpen in den

hart

Drijft

gapenden kolk.

Maar

beide gevallen, zoowel in dien voorspoed als in ons leugenachtig hart. Ge kunt op uw hart niet aan. Het stelt u alle ding valsch voor. Het leeft van misleidin(j. En wie in blijde en booze dagen leven wil naar het wezenlijk is, en niet naar het ons toeschijnt, die vertrouwe niet op zijn hart, die luistere niet naar dat leugenachtig voorstellen van zijn eigen ingeven, maar die betrouwe op het Woord, op de waarheid, op het zeggen en de uitspraak van het hart van zijn God. En als ge daar op afgaat, wat hoort ge dan van uw nood en angst en benauwing? Dat het maar schijn is? Dat ge er maar overheen moet werken? Dat afleiding nog het beste geneest? Neen, dat in het minst niet. Het Woord maakt het eer nog erger dan beter, teekent het eer nog scherper dan flauwer. Want het doet u uw lijden tot in den geestelijken wortel verdiepen, en maakt u nóg ellendiger door u weet te doen krijgen van de ellenden van uw eigen ziel. Ik weet wel, zoo vindt ge het niet bij die „lachende Christenen" die nog over alles heengleden, maar dan toch bij hen, die van God geleerd zijn, bij de onderwezenen in het Woord, bij alle lijders en lijderessen, die het mes in de wonde dorsten zetten, en u dorsten toonen, hoe schrikkelijk bedorven die poel van giftig gas daarbinnen is, waar alle onheiligheid uit opborrelt. Aan hen leerde het Woord wel terdeeg, dat het met geen oppervlakkigheid te doen is; dat de dieper gevoelenden alle eeuwen door en dat het meest en diepst en bangst geleden is geleden hebben die

zie

bange

nu,

dagen

;

in

liegt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 267

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's