Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 243

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 243

2 minuten leestijd

!

229 dat

we zoo hard

van huid, zoo schreiend ongevoelig waren en wel

steen van binnen leken. o, Is het dan zoo wonder, als er zoo weinig gebeds, en zoo weinig roepens naar boven is? Het bidden zonder ophouden! het kan niet komen, als niet eerst de (jeduriye smart wordt gekend

LXXVII. 3lft

5aï u uit

mijnen

Zoo dan, koud noch

monb omdat heet,

ik

^putacn. gij

zal

spuwen.

Er

lauw zijt, en noch u uit mijnen mond Openb. 3 16. :

voor de half en half menschen vreeslij ke dingen in den Tegen een goddelooze toornt God in verbolgenheid; over den Farizeër spreekt Hij den vloek der verdoemenis maar een lauwe ziel, staan

Bijbel.

;

hinkend hart, een half en half Christen, is voor God derwijs walgelijk en onuitstaanbaar, dat de Heere er van in de Openbaring zegt: „U, lauwe halveling, u zal ik uitspuwen uit mijnen mond!" En dat zegt diezelfde God van wien diezelfde Bijbel de ondoorgrondelijke ontfermingen en de onpeilbaar diepe vertroostingen roemt; van wien ons geopenbaard wordt dat Hij goddeloozen rechtvaardigt, en den verloren zoon tegemoet snelt om hem op te vangen in de een

armen

zijner vaderlijke barmhartigheid.

waren uw zonden als scharlaken, vreest niet, ik zal ze maken als witte sneeuw; al was uw hart koud en kil als marmer, wanhoop daarom niet, ik zal u koesteren gelijk een hen haar kiekens onder de vleugelen koestert; alleen één ding maar: wees geen half en half mensch, wees niet ja en neen tegelijk, besta het niet om lauw voor mij te wezen, want dan, zoo waarachtig God God is, spuwt Hij u uit zijnen mond. Schriklijk, niet waar? Schriklijk, dat God zóó spreekt, en niet anders kan noch mag spreken, maar veel schriklijker nog dat de wereld, wat zeg ik, dat de gemeente des levenden Gods desalniettemin vol en overvol juist van zulke lauwe half en half zielen is. En het schriklijkst van alles nog, dat die duizenden bij duizenden lauwen zelf nog vaak in den Bijbel lezen, en er ook dat hun eigen vonnis in lezen: „Ik zal u, omdat gij lauw zijt, uit mijnen mond uitspuwen!" en dat ze er toch Al

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 243

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's