Honig uit den rotssteen - pagina 307
!
293 die
er
ons
zoo
vjtst
eeuwen
en
heerlijk van profeteert, ligt
nu reeds meer
en nog steeds toeft het! En dat die apostel, die zoo vlak er voor stond met zijn ziel, dat hij gedurig zelf dien dag van Jezus' wederkomst ree'ds meê doorleefde! Zoo kan het ook nu nog toeven We roepen, we profeteeren, we jubelen rusteloos: „Maranatha! de Heere komt!" ju de Bruid houdt niet op te smeeken „Kom, Heere Jezus, ja kom haastelijk !", en, o, ze moet wel kil en versteend zijn de ziel, die aan die glorie denken kan, zonder naar dien dag van glorie te smachten. En zie voor die schoone, rijke hope, daarvoor biedt Jezus' verrijzenis u nu het vaste onderpand. Het zekere onderpand; niet daarvoor, dat in uw dood de ziel u van de zonde afgaat, en uw gemeenschap met Jezus zoet en met zijn uitverkorenen zalig zal wezen; neen, maar het zeker onderpand, dat, als gij deze week sterft en de volgende week begraven wordt, en er over twee jaren niets meer dan een skelet van u over is, en men over tien jaar uw kist schudt en uw armelijk gebeente in het knekelhuis stort, zoodat de wereld denkt „Nu is er niets meer van u over!" ja, al ware het dat ge door een wild dier verscheurd of door vuur verkoold en verpulverd werdt, dat er dan toch, zij het over honderd of over duizend jaren eens zeker een dag staat aan te breken, waarop gij, gijzelf, diezelfde persoon die eens hier geleefd hebt, uit den schoot dier aarde weer zult te voorschijn komen. Te voorschijn komen door een machtig wonder Gods niet in een ander, maar in uw eigen lichaam; maar dat lichaam verheerlijkt.
dan
achttien
in
zijn graf,
:
:
;
Dan
zal
Jezus
ook
zijn
zijn verheerlijkt lichaam er bij zijn, en er bij de heiligen Gods uit het Oude en Nieuwe Verbond, alle profeten en apostelen, alle martelaren en getuigen, alle vaders en moeders in Christus, alle vrome kinderen Gods die we gekend hebben, ook onze eigen lieven als ze maar van Jezus waren. Anders toch zou er wel opstanding, maar de opstanding nooit zalig zijn. Die dag zal groot zijn onder de gezaligden. Flen groote en doorluchtige dag Als ze eindelijk op het ongeloof en op den spot en den smaad der wereld gewroken worden. Nu, al die eeuwen door heeft die spotlach van het ongeloof zich reeds aan die „opstanding des vleesches" vergaapt. En cvenzoo al die eeuwen door heeft Gods volks blijven volhouden te belijden: „En toch zal er opstanding des vleesches zijn!" En nu, dusver scheen de spotter gelijk te krijgen. Want de Heere
zullen
in
al
;
!
toefde nog!
Maar dan, dan En dat nu is
zal
het
Gods kind
gelijk krijgen.
glorierijke,
wat ons Jezus'
vi-rrijzen
verpandt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's