Dat de genade particulier is - pagina 173
-
163 Erbarmer, aan de eerste genade, die alle menschen verwierpen, nog een tweede genade toegevoegd, om er eenigen althans te behouden. Toen heeft de Heere namelijk besloten aan enkele menschen den mond ope)t te brekeny en hun een middel in te geven, waardoor ze van hun tegenstand aflieten, om nu williy de spijze des levens tot zich te
nemen.
Die
tweede genadedaad was dus van de eerste geheel afgescheiden. De eerste was het bereiden, aan hongerigen aanbieden, en tot hen brengen van de spijze des levens, zoodat ze slechts behoefden toe te tasten, om het eeuwige leven te hebben. En het tweede is, om aan weerbarstigen, die, niettegenstaande ze vergaan van honger, niet willen nemen wat hun geboden wordt, eensdeels sterker zijn toorn te toonen en anderdeels een nóg hooger openbaring van zijn ontferming te doen ondergaan. En juist aan dat tweede hangt het nu al: aan dat openbreken met zacht geweld van den stijf toegeknepen mond en aan het in de adereu doen vloeien van een tinctuur, die den weerstand breekt, en williy heid om de spijze te nemen opwekt. Dat openbreken van den mond is de wedergeboorte, dat opwekken van de willigheid de genadige schenking van het geloofsver mogen. Beide wondere genadewerkingen Gods, waardoor Hij den zondaar, die zoo diep gezonken was, dat hij, zelfs tegen het kruis van Jezus in, de verzenen driftig opsloeg, en te ver weg bleek te zijn, om als er heil was, zélf dat heil ook maar aan te grijpen, aan den zoodanige, zeg ik, dat heil nu te brengen tot in de ziel. En wel het er zóó in te brengen, dat de mensch, die in zijn verdorvenheid heusch nog zijn best zou doen, om het in zijn ziel gebrachte heil er weer uit te rukken, zoo in liefde- en genadebanden te binden, dat hij dat niet meer uit zijn ziel rukken kón. Daarvan nu dat alle menschen (verkorenen en niet- verkorenen) het hun in Christus aangeboden heil verwerpen, ligt dus de schuld niet aan God, maar eeniglijk en uitsluitend daarin dat de mensch zoo diep zondig, innerlijk uit zijn verband gerukt, tot krankzinnigheid toe verdwaasd en verdorven is. En omgekeerd daarvan, dat er onder die weerbarstigen en onmachtigen nochtans, alle eeuwen door en in alle landen, enkelen gevonden worden, die ten slotte van die verwerping van het heil aflaten en eindigen met te roepen: „Kom Heere Jezus!", zie daarvan ligt in niets en in geen manier de oorzaak bij die personen zelf, alsof zij ook maar een haar minder weerbarstig dan die overigen waren, maar uitsluitend en eeniglijk in Godes ontfermingen, waardoor hun de mond opengebroken en de wilsverstijving ontnomen is.
—
—
Zonder de hier aangeduide onderscheiding is elke poging, om helder den samenhang van het genadewerk in te zien, geheel doelloos.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's