Het heil ons toekomende - pagina 229
219 een
glans
van
zedelijke
heerlijkheid
lag,
van innerlijke, goddelijke
maar Johannes verstaat men niet, tenzij men er toe komt, om op elk woord en elke tegenstelling te letten. „Het Woord is vleesch geworden," èn „we hebben zijn heerlijkheid gezien," staan als diepe schaduw en het zuiverst licht naast elkaar. majesteit;
Y.
DE VERGODING VAN HET MENSCHELIJKE IN
JEZUS.
Dewelke het beeld is des onzienligken Gods, de Eerstgeborene aller creaturen. Col. 1
:
15.
waarachtig mensch was en is, wordt door de belijders niet ontkend, niet betwijfeld noch voorbijgezien, maar doelloos gemaakt. Men belijdt het zonder er troost in te vinden; men beaamt het zonder er kracht uit te putten; men stemt het toe zonder er den rijkdom in te bezitten van Gods eeuwige ontferming.
Dat Jezus
van
zijn
naam
Hier
lette
Vaak
is
men
op.
beweerd, dat de geloovige gemeente eenzijdig 's Heeren goddelijke natuur beleed en voor zijn menschelijke natuur geen oog had. Dit is niet zoo. En het komt er op aan, wel in te zien, dat het niet zoo is. Immers wil men de geloovige gemeente de hand bieden ter verdere ontwikkeling, dan is vóór alle dingen van noode, dat men wete waar ze staat, wat haar leven en streven is, wat omgaat in haar geloofswereld. Yormt men zich hiervan een verkeerde voorstelling, dan stoot men haar af. Dan gevoelt ze dat haar wonde niet juist gepeild is. Dan kan ze zich niet verootmoedigen op het hooren van een verwijt, dat in den vorm onwaar is. Veeleer gordt ze zich dan aan ter zelfverdediging en ontzegt haar luisterend oor, aan wie * haar manen wil tot betere dingen. Zoo ook hier. Wie tot de gemeente komt, haar verwijtend, dat ze eenfijdig de Godheid des Heeren belijdt, vindt eer een ziel die zich sluit, dan een hart dat zich opent. Neen, ze belijdt wel waarlijk „den eenigen Middelaar Gods en der menschen, den mensch Christus Jezus." Het bloed der verzoening waarin ze haar va-ede zoekt, is haar wel waarlijk het hartebloed van Hem, die naakt en uitgetogen aan den kruispaal ónderging in den dood. Het Kindeke te Bethlehem geboren is haar wèl waarlijk uit den zade Davids, voor zooveel het vleesch aangaat. En als ze op den Paaschmorgen in haar bedehuizen saamstroomt,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's