Honig uit den rotssteen - pagina 272
258 zijt ge de priesterkroon onwaardig, en gij die mijn Naam eeren zoudt, verachters van mijn Naam geworden. Wilt gij priesters zijn, laat Mij dan God blijven. Maar wee u, indien ge mijn Naam als God te na komt. Dan zijt ge geen priesters meer! Dan droogt de zalving der heilige zalfolie van uw hoofdschedel op. Dan zal God u verachten, omdat gij verachten dorst zijnen h')ogheiligen Naam.
daarom
LXXXVI.
Ben
dan een Vader, waar is mijn eere? waar is mijn vreeze ? de Heere der heirscharen tot u, o, ik
En ben zegt
ik een Heere,
verachters mijns
priesters,
zegt:
Waarmede verachten
naams Maar gij wij uwen Naam? !
Mal.
1
6.
:
Nieuw Verbond zijn al Gods kinderen priesters en Het had reeds onder Israël zóó moeten zijn. Want immers nog eer de Wet van Sinaï kwam, sprak Jehova tot heel zijn bondsvolk deze woorden: „En gij zult mij een priesterlijk koninkrijk Onder
het
priesteressen.
en een heilig volk zijn."
Maar
Israël raakte die hooge eere door val in zonde kwijt. Toen Levi het priesterschap, en bleef voor al het volk slechts de vrijkoop van den eerstgeborene door twee jonge duiven. S^^mbool slechts, ja, maar toch heerlijk symbool, van wat het in Israël had moeten zijn en wat het geestelijk Israël weer eens zou worden „al het volk in al zijn geslachten één heilig priesterschap voor den Heere \" Dat geestelijk Israël nu zijn wij. Het is één kerk, oudtijds naar Abraham en David geheeten, en nu naar Christus en zijn Apostelen. En in die kerk des Nieuwen Verbonds is nu metterdaad het priesterschap weer op al Gods kinderen gekomen. Te zeggen „Wel een verkorene Gods, maar geen priester wel één van zijn lieve kinderen, maar geen priesteresse !" is onbestaanbaar. Met Gods kind te worden wordt ge een priester tevens. „Ook gijzelven, zegt de heilige Apostel, wordt als levende steenen gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus!" En al het geheim om als kind van God, te ontvlieden alle werkheiligheid en nochtans „overvloedig in het werk des Heeren" te worden bevonden, zit nu juist daarin,
kreeg
:
:
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's