Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 38

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 38

3 minuten leestijd

heeft dichtgesloten over den mensch en al zijn have en al zijn arbeid, over al zijn trots en al zijn zonde, en op die kabbelende golven een arke dobberend Ziedaar al wat hem rest, Hoe vi^ordt Abraham uitgetogen Trek uit uw land, verlaat uw maagschap, roep het vaarwel toe aan uws vaders huis, gebiedt het wederbarend woord des Heeren, en leef voor slechts één ding: voor de belofte, voor den zegen, die komen moet, voor den Messias, die heil brengt. En Abraham gaat. Op zijn kind zal al zijn hope zijn; de geborene uit zijn lendenen hem troosten, de belofte over dat kind hem beter dan alle schat van Ur der Chaldeën zijn. En toch, de geboorte van dat kind toeft, Sara blijft onvruchtbaar. Zal het dan die Ismaël zijn? Of indien hij niet, dan Eliëzer? Eindelijk is de lenden in Abraham dood, verstorven, werkeloos. Ook dat is uitgetogen, ook de lichaamskracht afgebroken en nu komt de beloofde Izaak, die hem liefheeft, zijn eenige, zijn kind! Wat bleef Abraham dan nog over, dat niet een schat, een gave zijns Heeren was? Waarin was hij niet afgebroken ? Toch, hij had de liefde, de gehechtheid nog, de instinctief geworden teederheid voor zijn kind Ook die liefde moest nog, om ze te heiligen, zijn hart eerst breken doen. Moria is de voleinding. Eerst toen hij het laatste prijs gaf, blonk het onwril^baar geloof in al zijn goddelijke kracht. En wat meent ge dan, dat de Patriarchen die machtige werking Gods aan hun hart niet bespeurden, niet eerden en loofden, er niet door aangegrepen en omgezet,* er niet door vernieuwd en toegebracht werden, al had het woord Gods hiin nog nooit van wedergeboorte, hun nog nooit van bekeering gesproken? Toch gaat de openlDaring Gods voort al klaarder, al doorzichtiger te spreken. Jacob bij Pniël, zeg zelf, biedt het u niet de twee stukken der bekeering: de afsterving van den ouden en de opstanding van den nieuwen mensch? Is het niet of de Heere in de twee gestalten van Jacob, den listige, den heerschzuchtige, den weeke, den onmanlijke, en van Israël, die niets meer verheelt, en wegzinkt in ootmoed, en manlijk worstelt en een held Gods genaamd wordt, u den natuurlijken mensch die sterven moet en den nieuwen mensch die moet opstaan in keurig beeldschrift te aanschouwen geeft? En als dan straks aan het volk Israël eerst in Egypte, dan in de woestijn, straks in Babyion, hetzelfde levensproces herhaald wordt; als het ook bij dat volk is een sterven bij Egyptes steenovens, een sterven van zijn kinderkens in den Nijlstroom, een sterven van het volksbesef onder de zweepslagen van den drijver, om door de wateren, die als bergen opstoven, naar het leven uit te gaan; een sterven in de woestijn van de scharen die met Abiram, van al het volk dat met Aaron, van al de ouderen die tegen Josua en Kaleb gezondigd hadden; om straks door de koperen deuren van Edom en Moab in te trekken in Kanaan; ja, als het nogmaals in Zedekia's dagen een sterven wordt in de puinhoopen van Zion, een sterven in den moord van Davids huis, een sterven in den smaad der weg!

!

.

!

.

.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 38

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's