Honig uit den rotssteen - pagina 232
;
!
!
218
dan
voor
haar
altijd
het
eerst
heel heur zaak
aan dien God „die er nog
is" doet overgeven.
En dan
wordt het wonderbaar; want ongemerkt gebeurt er dan „We liggen niet aan ons, om ons, in ons dat we opeens zien meer, maar zie we staan!" en „De drijver vervolgt niet meer, maar zie, hij vliedt" en ze schimpen niet meer als op het bloode lam maar gaan op zijde als voor een snuivend ros; en dan is de overwinning er: en onze ziel is vrijgemaakt; en ze vernacht na den triomf die behaald werd in de tente haars Gods. En hoe dat nu is, en hoe dat nu kwam? Zie, de Heilige Geest brengt ons door Zacharias niet de belofte dat we als een majestueus paard zullen staan, maar dat we zullen gesteld worden als een paard zijner majesteit. Heerlijk dus, maar bereden door God zelf. D. w. z. zooals een veldheer in den krijg zijn edel dier tusschen zijn beenen klemt en met de wending van zijn lichaam en de beweging zijner vingeren aan den toom, en met de sporen aan zijn hielen, en met den toon van zijn stem nu rennen, dan wenden, dan
iets
;
:
;
stil doet staan, ja het zoo geheel beheerscht, dat het paard voor niets meer telt, en slechts een aanhangsel van zijn persoon is geworden, zoo ook beheerscht de Heere der heirscharen dan zulk een aan Hem klevende ziel. Een edel dier heeft in de hitte van den strijd geen wil of weg, is één gehoor, één opmerkzaamheid, één opvangen van de fijnste roeringen van zijn ruiter, om te gaan waar diens oog vooruitgaat, en te wenden waar diens slagzwaard heenstrijkt in den strijd. En zoo ook is er voor uw ziel geen overwinning, zoolang gij niet in nog sterker zin „aanhangsel van uw God" wilt zijn u door Hem ja waarlijk wilt laten herijden ; als door den adem zijns monds u laat voortstuwen ^ en geen andere levensbeweging in u kennen wilt, dan die voortzetting is van de levensbeweging waarmee God den Satan omperkt. En dan is het heerlijker dan het heerlijkste op aard Het „paard zijner majesteit!" Gij zijn lieve kinderen, de uitverkorene instrumenten, waardoor Hij meer nog dan door zijn heilige engelen zijn majesteit aan Satan toonen wil
roerloos
;
Dat Dat
is
vorstelijk!
is
reeds hier
Wie zoo
met de kroon gekroond
zijn
!
in de strijdende rijen Gods verkeeren mag, die kent, die smaakt, die proeft reeds hier de heerlijkheid van Satans val.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's