Practijk der godzaligheid - pagina 115
107
mensch beter
doet met zich niet in te laten met de politiek. Een Gods, zoo zeggen ze, kan voor zijn ziel zorgen, voor zijn huisgezin en voor zijn beroep; maar zoomin in dat kerkelijk gekrakeel als in dat politiek geharrewar moet een kind van God zich mengen. Ze vinden het op dien grond dan ook verkeerd, dat, op het voetspoor van Bilderdijk, Groen van Prinsterer en Da Costa, ook de Christenen hier te lande weer 'slands zaken in overweging hebben genomen. Ze kunnen er maar niet overheen, dat de belijders van den Heere Jezus ook op politiek terrein een eigen groep vormden. Ze vinden het zonde en jammer dat zulke talentvolle mannen als Keuchenius en Lohman en wie niet al, niet liever op het evangeliseeren uitgaan. En zouden niets liever wenschen, dan dat men zich met geen stembus, met geen kamer, met geen regeerings-bemoeiing
kind
meer
inliet.
Ze leven in het diep besef, dat het hier toch maar voor korte jaren is, en dat het vaderland „daarboven" toch al onze liefde moet hebben. Bovendien, met het historieblad in de hand, meenen ze te kunnen aantoonen, dat al dat wroeten en worstelen toch nooit tot iets duurzaams geleid heeft. En wat alles afdoet, er kleeft huns inziens aan de bemoeiing met 's lands zaken uu eenmaal een bezoedelende smet, en er is geen kind van God, dat ooit 's lands doolpaden inging of het werd door die smet verontreinigd en leed schade aan zijne ziel. Voor zoover ons bekend is, komt hierop in hoofdzaak de overweging dezer „politiekschuwen" neer! „Men moest er zich buiten houden, en het overlaten aan de wereld !" Immers dit is „de zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en den Vader, weezen en weduwen te bezoeken en zich zelven onbesmet te bewaren van de wereld." Welnu, dit gevoelen, waarvan ge in elke onzer provinciën en onder alle" rangen en standen ook nu weer voorstanders bij de vleet kunt aanwijzen, is in den grond niets anders dan de oude opinie der dooperschen. Slechts zijn de tijden metterdaad zoo danig verloopen, dat men thans onder de Doopsgezinden tal van mannen vindt, die warm zich in de politiek dompelen, terwijl omgekeerd midden op het erf der gereformeerde kerk, de oude doopersche lijdelijkheidstheorie in het niet meedoen, maar „stil in den lande blijven zitten" weer door duizenden omhelsd en door gevierde namen bepleit wordt. Dit nu moet natuurlijk in hun vrijheid gelaten. Wel dient er tegen getuigd^ en wierd dan ook telkens en niet zonder kracht getuigd, om met den Woorde Gods deze dwalende opinie te weerstaan, doch indien de voorstanders dezer zienswijze desniettemin in hun „lijdelijkheidshoekje" blijven wegkruipen, dan blijft ons niets anders over dan hun persoonlijke vrijheid hierin te eerbiedigen en voorts zelf onzen plicht te doen. Maar wat niet mag en waar we dan ook met alle emste én kracht én in naam der historie tegen opkomen is die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's