Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 314

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 314

2 minuten leestijd

!

300 da

Satan ons voorhoudt, en dat hij ons zoo lang aanpraat, tot we op verliefd raken, en dan fluistert Satan ons in: „Weet ge nu wie dat is? Die lieve persoon is niemand anders dan gijzelf." En o, dat glijdt er dan als olie bij ons in. Alles in. ons zelf inbeeldend, opgeblazen hart was er op voorbereid. En zoo komt dan de ingenomenheid met en de verliefdheid op ons zelf. En natuurlijk geeft Gods Woord ons dan niets meer. Want Gods W^oord roept (/oddcloozen ter bekeering, en ik ben dan zoo lief, zoo goed, zoo uitstekend. Dat is de inbeelding. Als dat valsche beeld er bij ons ingaat. Dan zien we ons zelf niet meer zooals we zijn. Dan zien we nooit meer op ons zelf, maar altoos op dat valsche beeld, waarvan we denken dat we het zijn. En „ons zelf' begraven we dan in de vergetelheid, en met geen speurkracht kunnen we „ons zelf" dan meer vinden. Zoo straft de leugen met de leugen. Ge zit er dan ingewoeld en ge kunt uit die leugen van uw eigen ik niet meer uitkomen. Gij hangt in Satans web. En of ge dan al schreit en roept en kermt, het baat u alles niet. Ge kunt u zelf niet meer vinden. Geen mensch, wie ook, kan \x u zelf weer bekend maken. Alleen Satan kon het misschien, maar er

die wil niet.

En

zoo ligt dan metterdaad heel de wereld der menschenkinderen deze bange schriklijkheid bevangen, dat de mensch zijn eigen persoon kwijt is, en niet meer de waarheid van zijn eigen persoon kan vinden. Slechts één kleine kring is er onder de kinderen der menschen, waar het anders is, en in dien kring juicht een iegelijk hoofd voor hoofd, dat de fatale leugen gebroken en hij uit de webbe van Satan in

los

kwam.

Die kring

is de kleine kring van (rods uitverkorenen. dien kring is nu juist dat ééne groote, wat buiten dien kring nergens is. Namelijk in dien kring zingt men: „N^adat ik imj zeloen bekend gemaakt ben, heb ik op de heup geklopt." Gij dan wilt ge weten of ge in dien kring behoort, zoo vraag u af, of ook gij tizelven bekend gemaakt zijt. Dan, maar ook dan

Want

alleen,

is

in

er victorie

i

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 314

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's