Honig uit den rotssteen - pagina 54
40 en waarheen Psalm 82 6 verwijst gestaan had: zulk een slaaf, die slaaf wil blijven, tot de oversten zijns volks of tot de goden brengen," ware voor den zin volmaakt eender geweest. Te meer wijl er niet sprake was van een handhaven der gerechtigheid door de overheid, maar uitsluitend van het officieel eerst
„Gij
voorkomt,
:
zult
erkennen
nu moest
een vrijwillige daad. De slaaf wilde slaaf blijven, en dat op den burgerlijken stand, zouden wij zeggen, worden
van
geboekt. Oogenschijnlijk is het gebruik van het woord „goden" in Exod. 31 6 dus geheel bijkomstig, en naar wat ons thans van ethische en andere zijde geleerd wordt, is dit woord „goden" eenvoudig een uitdrukkingswijs, die Mozes koos, en waarvoor hij evengoed een :
anderen term in plaats had kunnen zetten. Maar wat zegt en leert daartegenover Jezus nu? Die term, zegt Jezus, is volstrekt niet door Mozes gekozen, maar
van God herkomstig. Wat Psalm 83 6
leert, dat in Exod. 31 6 God spreekt en dat het God is die daar rechtstreeks den eeretitel van goden aan de oversten der volken verleent, is geen beeldspraak, zegt Jezus, maar :
:
kalme, nuchtere waarheid. Naar waarheid kan dezelfde Heilige Geest, die Exod. 31 6 geinspireerd had, in Ps. 83 6 zeggen: „Ik, niet Mozes, heb gezegd: :
:
Gij
zijt
goden
P'
En
overmits nu dat woord, die term, die titel van goden een woord is, door God gebezigd, en als zoodanig in de Schrift voorkomende, spreekt het vanzelf, dat reeds daarom die titel van goden een wezenlijke, duurzame, heilige waarheid uitdrukt, en nooit ofte nimmer kan gebroken worden. En nu, onderzoek eens, mijn broeder, hoever de Evangelieprediking der meesten van dit Schriftgeloof van onzen Heere Jezus reeds afweek. Onderzoek eens, hoeveel er van deze belijdenis, door Jezus omtrent de Schrift afgelegd, nog overbleef in de gemeente. Bovenal peil in uw eigen hart, hoe diep Jezus' eerbied voor dat Woord u zelf in de ziel zonk. En vindt ge dan een schrikkelijke afwijking, neen, wees dan niet hard, maar vermaan teederlijk en roep de dolenden terug. Mits, en van dien eisch mag niet afgelaten, dat ge geen oogenblik met onderwerping voor de dwalenden wijkt, maar er muurvast op staan blijft: „Wat Jezus zei, is waar'''''
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's