Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 250

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 250

3 minuten leestijd

240 was

de heerlijkheid, waarin de Christus thans schittert, maar dit alleruitnemendste. Toen blonk zijn aano-ezicht als de zon, nu gaat zijn glans den glans dev zon xei-re Ie boven." We blijven dus geheel in het spoor reeds door onze Hervormers geteekend, zoo we in Thabor de groote levensdaad van den Christus zien, waardoor Hij, naar luid der profetie in Psalm XL, deed wat de brief aan de Hebreen in deze woorden beschrijft: „Toen sprak Ik: Zie, Ik kom om uwen wil te doen, o God!" De tegenwerping, dat toch de voorzegging van zijn lijden en sterven reeds in een vorig hoofdstuk voorafgaat en blijkens het verhaal reeds een week te voren van zijn lippen vernomen was, mag hiertegen allerminst als bedenking worden aangevoerd. Slechts een onschriftuurlijke opvatting van Jezus' persoonlijke ontwikkeling zou hiertoe leiden kunnen. Tusschen twee dingen toch moet steeds scherp in Jezus' leven onderscheiden worden: we bedoelen zijn leven en zijn bewustzijn. Naar zijn leven, naar wat Hij in waarheid was, hield Hij geen oogenblik op Gods Zoon te zijn, ook in bovennatuurlij ken zin. Voor zijn menschelijk bewustzijn daarentegen ontving Hij hiervan eerst de volle verzekering, toen naar zijn eigen woord „het getuigenis van een Meerdere dan Joannes" Hem bij den Doop aan de Jordaan geschonken werd. Zoo nu ook hier. Voor de diepste kern van Jezus' persoonlijk leven was het offer reeds in beginsel gebracht, eer Hij op aarde kwam. Het verlaten van den troon der heerlijkheid was reeds op zich zelf een willig ingaan tot in de diepten van den bangsten dood. Wie daarom echter waant, dat ook Jezus' menschelijk bewustzijn reeds van meet af dit offer gebracht had, vergist zich. Integendeel, wil men ernst maken met de oprechte belijdenis, dat Jezus „waarachtig en rechtvaardig mensch" was, dan moet ingezien en beleden, dat de Heere Jezus als „mensch" de verplichting tot het lijden des doods het eerst uit de Schriften des Ouden Verbonds heeft ïeeren verstaan. Vandaar dat de eerste zinspeling op het lijden aan een Oud-Testamentisch symbool verbonden is: „Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzoo moet ook de Zoon des menschen verhoogd worden", en voorts het gewelddadig dooden van den zoon door de landlieden, eerst na het droef verhaal komt van wat den profeten des Heeren was aangedaan. Die kennisse nu, voor den Heere zelven allengs tot zekerheid geworden, sprak Hij voor de ooren zijner jongeren niet uit dan een zevental dagen vóór het schitterend tooneel van Thabor. En welke uitwerking had die meedeeling? Immers, dat Petrus als uit de diepte van zijn wezen opvloog, den Heere in het aangezicht. Hem betuigend en bezwerend; „Heere, dit zal U geenszins geschieden!" En wat antwoordt de Heere? „Ga achter mij, Satanas!" Wat blijkt hieruit? Immers, dat de strijd voor Jezus' eigen bewustniet

slechts

al

voorsmaak van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 250

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's