De leer der Verbonden - pagina 161
151
met
het
leven
Gods,
zonder
verstoring,
belemmering
of
tegen-
strijdigheid.
Maar, en hier hangt nu alles aan en hier schuilt nu al het verschil al dat kostlijk goed kon Adam verliezen. Hij leefde naar het lichaam, hij leefde naar de ziel, hij leefde naar den geest, maar hij kon naar het lichaam doodgaan, doodgaan naar de ziel en doodgaan in:
voor zijn geest.
Er was hem een driedubbele heerlijke kroon gegeven, met schitterende robijnen, maar die driedubbele kroon stond hem los op het hoofd; ze kon er weer afvallen, zooals ze er dan ook werkelijk afgevallen is. Terwijl nu, en ziehier de tegenstelling, bij het kind van God, bij den wedergeborene en verloste, die driedubbele kroon in het wezen vast zit gegroeid; hem niet is op het hoofd gezet, maar met dat hoofd één is, en juist daarom er nooit meer af kan, hem door geen macht van hel of duivel ontnomen kan worden, en door het goddelijk genadebestel volstrekt veilig en onaantastbaar is voor de zondige en schommelingen van zijn menschelijke wilskeus. ook wel verliesbare genade, dat ziet men aan Saul, maar die soort genade heeft met de w^ederbarende genade niets te maken. Alle genade, die uit een goddelooze een kind Gods maakt, en uit een dooden zondaar een levenden persoon schept, is een volstrekt onuitroeibaar, onlosmakelijk en onverliesbaar goed.
grillige
Er
is
V.
IN
DEN MIDDELAAR. Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegeningen in den hemel in Christus. 3. Efeze 1 :
Een der diepste, teederste waarheden, die in den schat onzer heerlijke belijdenis uitblinken, is wel, dat er geen zaligheid is dan in Christus; dat een uitverkorene niet dan in Christus ter zaligheid is opgeschreven; en dat er dus ook van een Verbond der genade geen sprake kan zijn, dan door den band waarin de geroepenen met dien eenigen Middelaar treden. Dit mag volstrekt niet in dien halfslachtigen, verwaterden zin worden opgevat, alsof die Middelaar slechts den dienst van een helper bij ons zou verrichten; van een arts die als we krank zijn ons opzoekt, maar om als hij ons genas, weer door ons verlaten te worden, of ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's