Practijk der godzaligheid - pagina 106
!
98 ziening tegen den hongersnood maken, is het Jozefs opkomen, dat hij, door den Heere zelf hierin geleid, koren optast voor de hongerige jaren ; en is wapening tegen den oorlog de plicht van al Gods helden geweest. Ook de melaatschheid was een schriklijke epidemie, en hoe veelomvattend waren niet en hoe ontzettend de middelen, om 's volks welstand tegen deze vreeslijke plage te beschutten? Zelfs voorzorgsmaatregelen sluit de Heere hierbij niet uit, maar in.
Wel
mag en moet dus
algemeene regel uitgesproken, dat, gelijk op geestelijk gebied de plagen van Satan komen, met het doel „dat we door Gods genade altoos sterken wederstand mogen doen," dat zoo ook op stoffelijk terrein de plagen der natuur van alle zijden daarom tegen ons losbreken, opdat we door 's Heeren wijsheid voorgelicht er ons leven en het leven onzer dierbaren tegen zouden besehermen, ter opprikkeling van onzen moed, van onze energie, van ons heroïsme, en ter betooning van onzen alleruitnemendsten geloofsterdege
als
schat.
en onomwonden
als we dit neerschrijven, zeggen onvoorwaardelijk afkeurt een zoeken van we er bij, dat Gods Woord den medicijnmeester, dat zich oplost in een niet zoeken van den Heere; dat tegen het Woord en de eere Gods is, elke bestrijding van de natuur, waarbij de mensch niet erkent, dat God alleen er hem de middelen toe bood, ze hem aanwees en er toe bekwaamde om ze aan te wenden; dat gevloekt is van den Heere der heirscharen elk inworstelen tegen de smart, dat niet in zijn geestelijke kern verootmoedigt en klein maakt en op de knieën werpt en uitdrijft tot smeeking en tot gebed ja, dat de vloek van Eden er niet afgaat, maar dat er een tweede vloek overheen komt, indien de vermetele mensch in zijn waanzinnige hoovaardij, zich inbeeldt, dat hij, sterke, machtige, hoogwijze mensch, die natuur wel muilbanden zal en bedwingen. Dat is het echt goddelooze De Eabsakes-taal op Jeruzalems muren Dat is hetgeen waar Gods vrome volk alle eeuwen door tegen inging en tegen in zal blijven gaan tot den einde. Want weet wel, dat de lijdelijkste nietsdoener, mits hij waarlijk om Gods wil het medicijn afslaat, bij al zijn misverstand en al zijn bekrompen zin, nochtans tienmaal wijzer, edeler en energieker is, dan de hoogst geleerde onder alle hooggeleerde natuurkundigen, die ook maar één enkele poeder inslikt, denkende: „Met die poeder ben ik de ziekte de baas!" „Neen, gij zijt nooit iets meester, nooit iets de baas. Gij blijft creatuur, schepsel, diep afhankelijk en hulpbehoeftig wezen. Al wat ge doet, is zonde, tenzij er het geloof in wrocht. Met het geloof en door het geloof plaats ik een bliksemafleider en vans den schicht van het weerlicht uit Gods donderwolken op, en
Maar even
beslist
;
!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's