Dat de genade particulier is - pagina 209
199
van twee kringen sprake is. Den éénen keer van „den verlosten" en dan zijn het allen, en de andere maal van „den kring der menschheid", en dan zijn het niet allen. Of ook zoo Stierf Jezus niet zaligmakend voor alle menschen, dan kan ik uitstekend goed zeggen Hij stierf 7iiet voor alle (menschen) blijkt
kring
dat der
er
:
:
en hij stief wel voor alle (se. verlosten). Maar moet ik daarentegen omgekeerd aannemen Jezus stierf zaligmakend wel voor allen menschen, dan kan er van een „rdet allen" ook nooit of nimmer sprake meer zijn, want dan doelt „allen" op den wijdsten kring, die natuurlijk alle kleinere kringen insluit. Yoor ons bestaat er op dit punt dus geen de minste moeilijkheid. Zij daarentegen, die de algemeene genade voorstaan, kunnen zich, hoe ze zich ook wenden of keeren, er nooit uitredden. Wie eenmaal gezegd heeft: „Yoor alle levende ziel!" kan noch mag daarna ooit weer eenige de minste beperking meer toelaten. Niet wij zitten er dus in, maar zij. :
Toch mogen we het bij deze korte uiteenzetting niet laten. Nog onlangs toch werd van zeer geachte zijde geschreven Inderdaad, indien de woorden der Schrift iets anders moeten beteekenen dan er duidelijk geschreven staat; indien „de wereld" niet „de wereld"; indien „alle menschen" niet „alle menschen", en „een iegelijk" niet „een iegelijk" beteekent, wat kan dan een ongeleerd mensch anders denken, dan dat het mogelijk is, dat er iets anders geschreven staat, dan er is gemeend". En met deze zinsnede werd dan bedoeld, dat als er eenmaal staat: „Hij is voor allen gestorven", dit dan ook niet anders kan of mag beteekenen dan alle menschen. Haast zouden we hiervan nu zeggen, hoe kan iemand zulk een ongerijmde bedenking nederschrij ven ? Denk maar weer aan den zuivelboer met zijn lijnkoeken en zijn runderen. Of als ik zeg „Loop toch wat fatsoenlijker, alle menschen kijken u na F' wil dat dan heusch zeggen, dat de 1400 millioen menschen die op aarde leven, ii na staan te oogen? Of als ik aan mijn broodbakker klaag over zijn brood, dat het niet gaar of niet gerezen is, en hij antwoordt mij „Hoe is het mogelijk, alle menschen vinden het zoo lekker!" moet dat dan waarlijk beteekenen, dat alle 1400 millioen menschen er zoo over oordeelen? Of als iemand een ander verwijt: „Hij heeft het met heel wil dat dan wezenlijk zeggen de wereld aan den stok !" Ook met alle Chineezen en Japanneezen? Of eindelijk, als iemand belooft: „Een ieder die een jaar achtereen eiken morgen op zijn tijd komt, krijgt 20 pet. loon extra!" doelt dat „een ieder" dan heusch op alle Turken en Atchineezen ook, of soms alleen op de werklieden, die de man, die zulks zegt, in dienst heeft? :
:
—
—
—
—
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's