Honig uit den rotssteen - pagina 135
:
!
121 dus niet door ons gebed, door ons lied, door onze zielsverheffing komt, maar die Hij tot stand brengt en die dus eeniglijk in zijn welbehagen rust? Maar hoe, zoo vraagt uw ziel in angste, „volkomen zal die gemeenschap zijn moeten of ze misleidt en bedriegt! Ai mij, dan heb ook ik tevergeefs gehoopt en ontzinkt de grond aan mijn vertrouwen !" Welnu, mijn broeder, zelfs voor dien moedeloozen uitroep deins ik niet terug, en ook te midden uwer bekommering blijf ik het aan uw consciëntie getuigen Neen, waarlijk, indien uw gebed, uw denken, uw ijveren, uw liefde dusver de band was, die uw gemeenschap met dat eeuwige, heilige, volzalige Wezen aanbond, dan was er niets dan zelfmisleiding. Voor uw ziel gemeenschap met uw God aanbinden, dat doet niet gij, maar kan alleen God zelf; en al uw bidden, al uw lieven en loven is niet die gemeenschap, maakt die gemeenschap niet uit, en kan ze nog veel minder, waar ze niet bestaat, tot stand brengen, maar is er hoogstens het uitvloeisel, de vrucht, het gevolg van. Ja, zoo ver moeten we hierin gaan, dat we het durven uitspreken „Zie maar toe, dat uw bidden, uw liefde, uw vroomheid niet aan die
tot
stand
:
die gemeenschap in den
Och,
het
is
maar de
weg
sta!"
vraag, hoe staat de plante des geloofs en der
uw ziel? Met den wortel in den bodem en de kroon boven? Dan wel, gelijk het, helaas, bij zoo velen is, met de kroon in den grond gedolven en de verdorde wortelen afhangend van omhoog? Een beeld, dat ge immers verstaat? De kroon d. i. uw gebed, uw lieven, uw ijveren, uw oiferen, en de wortel dat is het doen uws Gods aan en in u. Nu hoort het zoo, dat dit doen Gods de wortel zij waarop én uw leven én uw staat én uw geloofsuiting rust. Maar velen keeren dit om, en maken van hun gebed, van hun toewijding, i. é. w. van wat zij doen den wortel, en laten daarop nu voorts hun gemeenschap met den Eeuwige rusten. Arme misleiden Daarom zoo bijna niet voor Hem te winnen, omdat ze maar niet kunnen bukken voor de ontzettende gedachte, dat die gerechtigheid in
naar
!
God God is. Van Hem moet u dus die gemeenschap komen Maar hoe, wat is ze dan? waar bestaat ze in? Zie,
saam,
'één daar
is
ligt
zwak
en
drie
kracht in.
op
zichzelf
zijn
ook zwak, maar drie
Door de aaneensluiting.
Dank
zij
de ge-
meenschap. Zoo kwam het dan dat zonde, dood, duivel en wereld een (/emeenschaj) aangingen. Want God was zoo sterk. Zoo er hope voor den vijand Gods bestond, dan moest hij niet alleen beginnen; maar aaneensluiten saam verbinden gemeenscha]) maken. Vandaar dat zuigen en dringen en persen van al het zondige, om als raderen van één ontzettend helsch werktuig zóó op elkaar te werken, dat het een het andere steunde, voortjoeg en hielp. Zie maar eens, hoe in de ;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's