Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Heils termen - pagina 150

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heils termen - pagina 150

3 minuten leestijd

140 XII.

WIE WERKT DE HEIIilGING? Ik ben de Heere, die hen heilige. Lev. XXII 9. De God des Vredes zelf heilige u geheel en al. 1 Thess. V 23. :

:

wordt ons inzicht in het feit der „heiliging" eerst dan, aan de hand van Gods Woord het antwoord op de vraag is gevonden: wie is het, die de heiliging werkt? Eene vage, algemeene verklaring, dat Qod, die alle dingen wrocht en als aller goeden Fontein Avordt aangebeden, dus ook de Oorzaak, Werker en A oleinder der „heiliging" is, baat ons hiertoe, ten spijt van haar schijnbare volstrektheid, niets. De vluchtige herinnering aan veler modernen stelling, dat, juist wijl God alle dingen werkt, nooit van een vinger Gods in de geschiedenis mag gesproken worden, is voor de onvruchtbaarheid van zulk een grif gegeven toestemming voldingend bewijs. Ze kan ons niet verder brengen. Allereerst, wijl ze een gevolgtrekking is door ons denken gemaakt en zichzelven dus in abstracticn vervluchtigt. Wie aldus spreekt, doet de dingen des eeuwigen levens om de scharnier van een sluitrede wentelen. Niet uit den levenden God, maar uit een afgetrokken Godsbegrip komt hij tot zijn slotsom. Hij stelt vast, dat met het begrip van God tevens is uitgesproken, dat aller dingen oorzaak in Hem moet zijn. Zoo alle dingen dus spint zijn redeneering zich voort dan niet slechts de zichtbare, aardsche, lichamelijke, maar ook de werkingen in onzen geest. Staat het nu eenmaal vast, dat onder die geestelijke werkingen ook de „heiliging" een plaats bekleedt, dan behoeft hij die drie geledingen slechts door de scharnieren van het logisch denken tot een sluitreden in een te zetten, en de slotsom is van zelf gevonden: dat derhalve ook de heiligmaking een werk Gods is te achten. Met zulk een arbeid des verstands, met zulk een spel van begrippen, vorderen we geen haar breed. Zoo kan men oordeelen en nochtans van alle godsvrucht verstoken zijn. Daarbij komt, dat er geen bedenkelijker woord in den godsdienst is, dan het woordeke „alles." Het klinke vreemd, maar toch is het wa:ir: dat woordeke „alles" wordt dan veelzins gelijkluidend met „niets." Het verfoeilijk pantheïsme schijnt een diep godsdienstige richting, wijl ze als randschrift om haar schild de belijdenis draagt: God is alles, en toch weet elk, die deze richting van nabij heeft gadegeslagen, dat ze op volstrekte loochening van Gods bestaan en werken uitloopt. Van waar dit komt valt licht in te zien. Ons leven viel nu eenmaal in een wereld, waarin we dieren en menschen om Beslist

zoo

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's

Heils termen - pagina 150

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's