Heils termen - pagina 55
!
45 II.
GOD TE GELOOVEN OP ZIJN WOORD. Indien iemand mijne woorden gehoord en geloofd zal hebben, die heeft, die hem oordeelt het woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordeelen ten laatsten dage. Joh. 12 47, 48.
niet
:
:
Schier een eeuw hebben de mannen der verlichting, zelfs de vromen onder hen, zich bemoeid, om der gemeente telkens en telkens weer de vermaning op het hart te binden, dat het geloof niet in de aanneming van eenige waarheid moest gezocht worden, maar uitsluitend bestond in de volkomen overgave des harten aan den Heere. En zeker, er was reden om die vermaning tot de gemeente te brengen. Er was verdorring aan den boom des Christelijken levens zichtbaar. Men kon het zich niet verhelen, dat de aanvaarding der Christelijke waarheden maar al te dikwijls door onbekeerdheid des barten en reuke van weinig godzaligen wandel verdacht werd gemaakt. Men stuitte maar al te vaak op een kring van mannen, die bij de Schriftwaarheden zwoeren, en die toch niet den levensgloed uitstraalden van een kring des geloofs. Daartegenover was die vermaning dus alleszins in haar recht. Jammer slechts dat in die vermaning zelve een niet minder bedenkelijk gevaar school, en het altijd en uitsluitend dringen op geloof des harten allengs een nieuwe tegenstelling veld deed winnen, als of geloof des harten den echten stempel dragen kon, zoo het niet tevens geloof was aan het Woord. Toch, hoeveel verwoesting in Jezus' kerk ook door die eenzijdige opvatting des geloofs zij aangericht, toch is het, ondanks die rustelooze, onafgebroken prediking, nog altijd niet gelukt, om ons volk van de volle, ware opvatting des geloofs af te brengen. Het woord „gelooven" zelf was in deze een bondgenoot tegen de zaak, die
men
bepleitte.
dat men zoo tot moewordens toe herhalen moest: gelooven is niet het aannemen eener waarheid, toonde dan toch, dat de uitdrukking „gelooven" onmerkbaar naar die bestreden opvatting terugwees; zoo zelfs, dat meer dan eens de wensch vernomen werd, dat toch in de Schrift een andere uitdrukking voor dat denkbeeld van „gelooven" mocht gekozen zijn; zoo hopeloos scheen de strijd om tegen de klaarblijkelijke beteekenis van het woord-zelf in te gaan Immers, trots alle bewijs voor het tegendeel, trots het volhardend en welsprekend en wegslepend pleidooi, bleef een onbewust besef in ons volksleven, dat „gelooven" toch altijd in de eerste plaats een aanJuist
het
feit,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's