Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 88

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 88

3 minuten leestijd

78 Heilige Schrift voor allen saam is neergelegd, als van die subjectieve, die bijzonderlijk plaats heeft in de ziel van den enkele.

Gods openbaring aan „menschen" is een andere dan zijn openbaring aan de „engelen"; en evenzoo zijn openbaring aan den „zondaar" is en moet een andere zijn dan zijn openbaring in het Paradijs was. Alzoo toch schikt de Heere in zijn neerbuigende goedheid zich naar de gesteldheid waarin de zondaar thans feitelijk verkeert, dat ze altijd past op zijn toestand, 't zij om hem schuldig te stellen wijl hij niet gelooft, 't zij om het innerlijk genadewerk tot bewustzijn te brengen, indien het geloof in hem ontluikt. Er is in die openbaring op een bezoedeld lichaam, op een zich zelf behagende ziel, op een in hoovaardij verteerden geest gerekend. Gerekend op verontreinigde en verzwakte zintuigen, op een verdoold denken, op een vervalschten wil, op een verbijsterde liefde, op een geloofsschijn die geen waarheid is. En gerekend bovenal op een zich zelf verafgodend eigen ik, dat achter dit geheele raderwerk wegschuilt en er zich de handen en de vingeren aan stuk wrong. Tegenover deze openbaring in de Heilige Schrift staat de zondaar door eigen schuld dus indiervoege, dat hij er wel door veroordeeld, maar er niet door gered kan worden, tenzij de Heere nog een tweede Uefdesopenbarhtg aan de eerste toevoege en hem nu ook persoonlijk begenadige in de ziel. Ja zoo diep en schrikkelijk is de verdorven staat waarin de zondaar zich door de zonde geworpen heeft, dat geheel het werk der wedergeboorte en der wederlevendmaking, zoo in zijn „voorbereiding" als in zijn „uitvoering", alleen en uitsluitend van den Drieëenigen God

kan uitgaan. Er is geen voorbereidende genade van den kant des menschen, maar alleen van Gods zij, en zelfs door die genade die God almachtig voorbereidt komt het nog nooit of nimmer zoo ver, dat de zondaar, na afloop van die voorbereiding, het nu zelf wel af zou kunnen, maar en onveranderlijk het feit vaststaan, dat het, zonder eenige minste medewerking zijnerzijds, alleen Gods bovennatuurlijke inwerking door Woord en Geest is waardoor hij van dood levend wordt. De zondaar is een zelfmoordenaar: hij heeft de hand aan zijn eigen leven geslagen; en wijl hij nu dood en des doods is, ook al voelt ge nog een tamelijke levenswarmte in hem nawerken, kan hij niet weer opleven dan door een wonderdaad Gods. Al wie hierop afdingt of hieraan te kort doet, geraakt in onverzoenlijken strijd met wat over de schrikkelijkheid der zonde en het uit haar gif voortkomend bederf in de Schrift geopenbaard, door de

blijft steeds

de

consciëntie der verlosten in het uur hunner verbrijzeling doorleefd is, en nog, bij dagen en bij nachten, in de afschuwwekkendste feiten

gezien wordt.

Noch

's

menschen

schuld,

noch van die schuld het

besef,

noch voor

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 88

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's