Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 49

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 49

3 minuten leestijd

;

39

De Moeder

baart

ons, brengt ons ter wereld, doet ons het geeste-

zij kan het kind Gods slechts dan baren, indien door de overschaduwing van den Heiligen Geest, door de kracht des Allerhoogsten, door een onmiddellijke daad Gods verwekt is in haar schoot. Indien God het leven niet verwekt, is de Gemeente tot het voortbrengen van kinderen Gods onbekwaam en onmachtig, dan blijft ze onvruchtbaar, dan derft ze de moedervreugd. Dat wisten de heiligen des Ouden A^erbonds reeds. Treurende over de afgedoolde Moeder, zagen de trouw gebleven kinderen naar den hoogen op, klagend tot den Heere: Gij zijt toch. onze Vcufer! Daarom moet de Moeder, d. i. de Gemeente, steeds op den achtergrond treden. Ze Vader leeren moet haar kinderkens den A^adernaam, het Abba stamelen door den Heiligen Geest die in baar werkt; ze moet het beeld van den Vader op het gelaat harer kinderen terugzoeken; zij woont uit, en haar teederst verlangen moet zijn hare kinderkens in het Vaderhuis te doen binnengaan ze leert ze het Vudi rland zoeken voor den Vader die in de hemelen is moet de Moeder, d. i. de Gemeente, zichzelve geheel vergeten en als niets rekenen maar niettemin Moeder blijft ze; uit haar worden de „Zions-kindcren" geboren; de schare die den wille Gods doet, d. i. de Gemeente, sprak Jezus, deze zijn niet slechts mijn broeders en zusters, maar ook mijne Moeder; en hoezeer ze ook nooit anders dan een dienende roeping hebben kan, toch heeft het een eeuwige beteekenis, dat Jeruzalem onzer aller Moeder is; want tot haar trekken op die komen tot het hemelsch Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen, en de algemeene vergadering en de gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn; ze gaan dan tot hun Moeder, en door haar tot den Vader, want er volgt: „en tot God, den rechter over allen, die hun Vader geworden is door den Middelaar des Nieuwen Testaments ten en het bloed der besprenging." Het tweede verband, dat de Heilige Schrift tusschen onze wedergeboorte en de Gemeente aanwijst, biedt ons het „Vaderschaj) in Christus'* Men weet wat de uitdrukking: „iemand als zijn vader in Christus liefhebben" bedoelt. Paulus spreekt er van, als hij aan de Corinthiërs schrijft: „Al hadt gij tienduizend leermeesters in Christus, zoo hebt gij toch niet vele vaders, ivant in Christus Jezus heb ik u door het Evangelie geteeld.'' En deze uitspraak staat niet op zichzelve. Eveneens schrijft hij aan Eilemon: „Ik bid u dan voor mijnen zoon, dien ik in mijne banden geteeld heb, namelijk Onesimus;" en in gelijken zin aan de Galatiërs: „Mijne kinderkens, die ik wederom arbeide te baren totdat Christus een gestalte in u krijge." Toegegeven dient, dat niet elk geloovige met zekerheid kan aanwijzen, wie zijn vader in Christus geweest is. Vooral sinds het geschreven IToord zoo veelvuldig het gesproken Woord verving, verliezen de oorsprongen van ons leven zich vaak in het verleden, dat we niet overzien kunnen.

lijke

daglicht zien, edoch,

het

!

!

;

;

^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 49

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's