Het heil in ons - pagina 161
!
151 bedsdialectiek
gesreven,
als
moest
al
wat
gij
bidt in den
naam van
Jezus nu reeds, hier op aarde, op aarde volmaaktelijk worden vervuld. Natuurlijk kunnen we in geen twee, drie regelen het valsche en onware van deze geheele gebedstheorie in den wortel aanwijzen. Daartoe is het bestaande misverstand te veelzijdig en te groot. Maar zooveel kan dan toch uit het aangevoerde reeds blijken, dat de drijvers dezer onware leer zei ven in elk ander geval onze zienswijze deelen, en aan geen andere verhooring en vervulling van hun bede gelooven, dan op Gods tijd en naar de van God bestemde gradatiën.
Voorh.-mds zullen we dus volstaan kunnen met de betuiging onzerdat we deze ook door hen zelven geijkte, erkende en toegepaste conditie, die bij elke andere bede geldt, ook wenschen in rekening te brengen bij de bede om verlossing van zonde. Want, ja, is door u, door uw hart, met al het schreien van uw inwendigen mensch, ook daarom, ook om dat heiligste gebeden; gebeden in den naam van Jezus, ja, zeer zeker, ja, gewisselijk, ja om eiken twijfel te bannen, dan komt die bede ook; dan zal ook hier de belofte waar blijken: „Al wat gij den Yader bidden zult in mijn naam dat zal Hij u geven", maar Hij zal het u geven, als het kan, als het u nut zal zijn, als het zijn glorie kan verhoogen, de gevelspits zal op het huis worden gezet, niet eer, maar als de muur zal zijn voleind zijds,
—
—
En nu weten we wel, dat de Perfectisten noch van een raad noch van een besluit Gods weten, en welbezien, de almacht liefst aan hun gebed, in plaats van aan den God hunner gebeden toekennen, maar, zoolang ze in deze dwaling volharden, moeten ze dan ook erkennen, dat er van een bidden in den naam van Jezus bij hen geen sprake zijn. Want indien iets door heel het getuigenis der Schrift, iets door heel Jezus' optreden, iets door heel het drama der wereldgeschiedenis, ja, iets door het getuigenis des Geestes in ons vaststaat, dan, dunkt ons, wel dit, dat die „naam van Jezus" slechts het inbegrip en de volheid is van wat uit dien raad des Almachtigen gevloeid is en in dat besluit ligt beraamd. Och, indien God ook voor deze dolende broederen, maar weer God
kan
kon worden! Zijn
en de kennisse des eeuwige leven te zijn!
kennisse
blijken, het
Eeniggeborenen
zou ook hier
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's