Heils termen - pagina 249
!
239 Hoogepriester bij den uitgang te Jeruzalem om aan spel of toeval te denken, wordt den Heere bij zijn afstijgen van Thabor aanstonds dat demonisch tafereel voorgesteld. Hij zou zich niet maar aansluiten aan die menschheid, maar heur Middelaar zijn, in haar toestand ingaan, in de diepte van haar vernedering afdalen, de fiolen van haar lijden zich aan de lippen zetten, en uitdrinken met ongebroken teugen al wat in „vloek en dood" voor haar verborgen lag. Zie, daar aan dat verwrongen en schuimbekkend kind wordt het den Heere als in het leven geteekend, wat de alle begrip te boven gaande verbrijzeling en vertreding zijn zou, die Hij uit vrije keus als Middelaar met volkomen zelfbewust-
van
dat
Christus,
geleden
en
heeft,
haar
te
zinrijk,
zijn greep.
Keeds in ons eerste artikel herinnerden we bij deze uitlegging van Thabor aan Calvijn. Niet alsof reeds elk onderdeel van deze zienswijs den Geneefschen Schriftverklaarder helder voor den geest zou gestaan hebben, maar in dien zin, dat de beteekenis, die "we in Thabor vonden, met innerlijke noodwendigheid uit Calvijns hoofdopvatting voortvloeit.
Vraagt men welke dan die opvatting, die dusver nog zoo weinig opgemerkte meesterblik was? Ziehier zijn woorden: „In de eerste plaats moet de vraag beantwoord, met welk doel Christus voor zoo kort tijdstip zich met hemelsche heerlijkheid bekleed mag hebben. mij aangaat, is dit niet moeielijk in te zien. De Christus heeft willen toonen, dat Hij niet gedwongen ten doode gesleurd werd, maar uit eigen aandrift vrijwillig in den dood ging, om als het offer der We leeren op gehoorzaamheid zich den Vader voor te stellen Thabor dus, dat Hij een prooi des doods werd, wijl Hij dit wilde, en dat Hij stierf aan het kruis, wijl Hij zich zelf daartoe aanbood,
Wat nu
.
.
.
want datzelfde vleesch dat nu geofferd
is op het hout en in de grafspelonk gerust heeft, en toch reeds vooraf in bovenaardsche heerlijkheid geblonken had, zou heide èn dood èn graf hebben kunnen
ontgaan!" Let op die beide uitspraken, die met zoovele woorden reeds drie eeuwen terug door Calvijns eigen hand geschreven zijn „ JVe' leeren ^^^ op Thabor dat Hij een prooi des doods werd, wijl Hij dit wilde en die andere: ,^Hij zou beide èn dood èn graf' hebben kunnen ont:
en we vragen in vollen ernst, of de betere opvatting en het recht verstand van Thabor niet reeds voor lang wortel in de gemeente zou geschoten hebben, zoo de betweterij eener latere oppervlakkigheid
gaan,"
de
onzer hervorming nog door
coryphaeën
Of meent men zochten stelling,
tweede
af
te
nog
iets
anders dan door een
met hun namen had gewaardeerd
schel geklikklak
een
observatie
we te men schenke
wellicht dat
veel uit de aangehaalde
woorden
dan, in verband met onze vooroogenblik zijn aandacht aan wat Calvijn in zijn er aan toevoegt: „De verheerlijking op den berg
leiden,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's