Practijk der godzaligheid - pagina 212
204 uitsluitend op de kalmte van ziel, waarmee men dissentiëerende medechristenen heeft te verdragen; en strekt de „verwachting" zich niet meer naar geheel, maar slechts naar een deel van den geloofsinhoud voor zoover die nog staat geopenbaard te worden met de toeuit, komst des Heeren. Yan onzen Heiland, „die veel lijden moest van de overpriesters en schriftgeleerden", d. i. van zijn eigen broeders, lezen we dat hij zelf wel op zijn eigen zachtmoedigheid wees, nooit op zijn lijdzaamheid: „Leert van mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van harte," en straks heet het: „Zie, uw Koning komt, zachtmoedig, en Hij is een Heiland!" terwijl we zijn Apostel beurtelings de eene en dan weer de andere zielskracht hooren roemen: in 2 Cor. 10 1 „de zachtmoedigheid van Christus," zoo heerlijk betoond tegenover Israël en zijn blinde leidslieden; maar ook „de lijdzaamheid van Christus" in 2 Thess. 3 5, zoo schitterend uitgeblonken voor Pilatus' rechterstoel en op Golgotha's kruis.
—
:
:
Y.
DE MAN VAN SMARTEN. De Heere
richte
heid van Christus.
uwe harten
tot de lijdzaam2 Thess. 3 5. :
De
lijdzaamheid is in zeer bepaalden zin een „Christelijke" deugd. in den matten, oppervlakkigen zin waarin de toongevers van dit geslacht dezen eeretitel vertolken, als ware „Christelijke deugd" er zulk eene die door Jezus als tweede wetgever, na Mozes geboden, en in zijn voorbeeld ons ter navolging ware vóórgedaan. Maar „Chris-
Niet
telijk" omreden er, denkt men den Christus weg, van geen lijdzaamheid sprake zou zijn, overmits door het optreden van den Christus in deze wereld, de lijdzaamheid vanzelf en met noodzakelijkheid geboren werd; wijl de lijdzaamheid, waar ze ooit in den zondaar schittert, uit den Christus hem toekwam; en omdat met de wederkomst van den Christus in zijn heerlijkheid elke aanleiding tot haar beoefening zal
ophouden. 's
Menschen oorspronkelijke toestand was niet op lijdzaamheid aan„Doe dit en gij zult leven." Men ver-
gelegd. Als regel gold toen het
keerde in het paradijs onder wat onze vaderen eigenaardig een „werkverbond" noemden, d. w. z. de mensch was wel voor de genieting van eeuwig, goddelijk leven geschapen, maar hij had het nog niet, en „om niet", te geef, uit genade, kon hij het niet krijgen ook. Het „zonder geld en zonder prijs, wijn en melk !" is een heerlijkheid in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's