Heils termen - pagina 24
14 zoo niet het wezen Gods door openbaring; van buiten van binnen, dien „Naam" ons tot bewustheid gebracht, en in de samenstemming van den H. Geest met onzen geest, dien „Naam" in het diepst onzer ziel heeft uitgeroepen. Hieruit volgt dat de „Naam" Gods telkens rijker moet worden, naarmate de geopenbaarde kennis van zijn Wezen toeneemt. Hand aan hand met den voortgang der Openbaring in de Schrift, moet daarin dus ook een steeds rijker en voller ontplooiing van den „Naam des Heeren" gevonden worden. Gaat in het verloop der heilige Openbaring het Licht des Eeuwigen voort steeds scheller stralen te schieten,
lippen
en
zijn,
door
inwoning
dan moet de „Naam" ook meer uitgewerkt en beteekenisvol worden, waarmee de Eeuwige door die gelukkigen genoemd wordt, wier zielsoog met den glans van dat Licht werd bestraald. Alleen daardoor kan het ons klaar worden, waarom de eeuwige
God
achtereenvolgens onder verschillende
zelven
zich
namen aan de
Godgetrouwen geopenbaard heeft. I^itdrukkelijk zegt het Schriftvers, dat we boven dit opstel schreven, dat de Heere zich aan Mozes geopenbaard heeft onder een Naam, waarmee Hij aan Abraham, Isaac en Jakob nog niet verschenen was. El S c h a d d a ï (God de Almachtige) was de openbaringsnaam voor de patriarchen geweest Jehova werd de openbaringsnaam voor Israël; „Yader, Zoon en H. Geest" zou de openbaringsnaam worden voor het Israël des Nieuwen Verbonds. Op die drie namen, die in eng verband staan tot de drie verbonden, met Israël en met de gemeente van Jezus Christus gesloten, moet dus, naar aanwijzing der Schrift zelve, in zeer bij zonderen zin worden gelet. Vooraf echter een enkel woord over een zeer beteekenisvollen naam ;
Gods, die in de Schrift een geheel eigen plaats bekleedt. We bedoelen den naam de Allerhoogste (El Eljön). Buiten de dichterlijke boeken, komt deze naam in het Oude Testament alleen voor in de geschiedenis van Mclchizcdck, Bileam en Daniël. En even opmerkelijk is het, dat in de Schriften des Nieuwen Verbonds deze naam (de poëtische stukken niet medegerekend), uitsluitend door de bezetenen van Gadara en de bezetene dienstmaagd van Filippi gebezigd wordt '). Welk gevoelen men nu ook over de verschijning van Melchizedek moge aankleven, dit stemt ieder toe, dat hij uit de geschiedenis van het openbaringsvolk kan noch mag verklaard worden. Ook Bileam ligt daarbuiten. En men behoeft Daniël slechts op te slaan, om zich te overtuigen, hoe het ook hier Nebucadnezar en zijn niet-Israëlietisehe wereld is, die tot het veelvuldig gebruik van dezen naam „de Allerhoogst e" aanleiding geeft. Dit geldt natuurlijk :
Hebr.
1 is aanhaling uit Melchizedek's geschiedenis. Lnc. 1 32, 35 is in vorm, en door een Engel gesproken en het gebruik door Lucas zelf (Evang. 6 35 en Hand. 7 48) van dien Naam gemaakt, moet allicht uit zijn niet-Israëlietische opvoeding en vorming verklaard worden.
')
7
:
:
dichterlijken
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's