Heils termen - pagina 244
234 en
wat
dies,
op
Thabor geschied en gezien
is,
met den naam van
„Verheerlijking"
bestempeld; en de Christelijke kunst, zoo vaak ze zich aan dat hoogheilig tafereel waagde, heeft steeds naar de heerlijkste jiibelaccoorden gegrepen en met de heerlijkste kleuren getooverd, om in het lied of op het doek weer te geven, wat eens van Thabor's bergkruin het drietal in de oogen glansde. De samenhang en bewoording van het verhaal gedoogt ten dezen opzichte geen twijfel. Er is in wat voorafgaat en volgt, zoowel als in het verhaal zelf, slechts van één machtige, alles beheerschende tegenstelling sprake, die van „Heerlijkheid" en „Lijden." Eeeds naar de lezing van Mattheüs is dit moeielijk te betwisten. Vlak aan het bericht van Jezus' verheerlijking op Thabor gaat in het zestiende hoofdstuk het verhaal vooraf van de intieme mededeeling, die Jezus voor het allereerst aan zijn jongeren gedaan had van het „lijden," dat Hem te Jeruzalem wachtte. „Tan toen aan begon Jezus zijn discipelen te vertoonen," zegt de Evangelist, en wil er dus op gewezen hebben, dat
nieuwe
hier
slechts
in
in Jezus' leven optreedt, die hier aangeduid, aleer men haar ontzettenden
tegenstelling
beginsel werd
inhoud openbaren zou. En wat nu is het, dat Hij zijn discipelen begon te vertoonen? Wat is het nieuwe contrast, dat zich in den stroom zijns levens mengt? Wat is de nieuwe buiging, die de lijn van Jezus aardsche loopbaan ondergaat? Leert het met de eigen woorden van den Evangelist: „dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem en veel lijden." En wat staat nu tegen dat „lijden" over? Wat is de tegenstelling, waarin de blik van Jezus, over dat lijden heenziende, rust vindt? Lees het aan het slot van hetzelfde hoofdstuk: „Want de Zoon desmenschen zal komen in de heerlijkheid des Vaders." In het verder bericht van Thabor zelf behoeft de tegenstelling, waarop we doelden, nauwelijks aanwijzing. Of wat is geheel de uitstraling van hoogeren glans anders dan een voorloopige openbaringin „heerlijkheid," en waarop wijst het spreken der Godsmannen „van den uitgang te Jeruzalem" anders dan op het „lijden" dat Hem te wachten staat? Let men eindelijk op wat onmiddellijk op dit verhaal volgt, dan vindt men ook daar „heerlijkheid" en „lijden" in dezelfde
verbinding.
van Jezus naar
De
„heerlijkheid" in uitdrukkelijke heenwijzing en evenzoo vermelding van het „lijden"
zijn opstanding,
in de vergelijking van wat Hem zelf te wachten stond met het lot dat den Dooper had getrofl'en: „Zij hebben aan hem gedaan al wat zij hebben gewild, alzoo zial ook de Zoon des menschen van
hen „lijden"
(vs.
12).
zou de bedenking te opperen zijn, of aan de volgorde van het verband, waarin het bericht van Thabor door den eersten Evangelist is opgenomen, zulk een beteekenis zou mogen gehecht worden. Immers, wie zou niet zonder schijn van goed recht kunnen tegen«
Toch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's