Het heil ons toekomende - pagina 127
117
Waarheid en dwaling niet enkel in de afgetrokken maar ook en vooral in de practische toepassing der waarheid op het uit en inwendig leven. Eindelijk, door niet naar willekeur, maar krachtens dien maatstaf het leven der Gemeente te beoordeelen. Daarbij mag nooit steun worden gezocht in wereldlijke macht. De Kerk moet rechtssteun in eigen boezem hebben. Het gezag van het ambt moet daartoe geheel gedragen worden door de geestelijke en zedelijke achting die het in de Gemeente vindt. Hieruit vloeit voort, dat de kring der Gemeente die bijeen wordt gevoegd, klein van afmeting moet zijn. Onbekend maakt onbemind. Waar geen liefde is, ontbreekt de achting, en een Kerkelijk ambt kan ze
ontmoet.
formulier,
geen geestelijk gezag uitoefenen, tenzij het zich een arbeidsveld toebetrouwd, dat licht te overzien is, waarvan de leden met elkaar in gedurige aanraking komen, en waarover het den herdersstaf voert naar den wensch en de bede van schier de geheelheid der geloovigen, waaraan men ambtelijk verbonden is. Het gebed is voor de uitoefening van dit ambt de onmisbare wijding, die telkens vernieuwing vraagt. Niet het bedeloos, werktuiglijk gebed ter opening eener vergadering, maar een gebed dat als hoofddoel der ambtelijke werkzaamheid het fundament legt voor allen dus
zie
verderen arbeid. Eichtsnoer zij en blijve hierbij steeds Gods Woord, en daarom elk oordeel onder beding van beroep op de Gemeente zelve uitgesproken, met gebondenheid voor een iegelijk in de consciëntie, om niet slechts geen oordeel te aanvaarden, dat met Gods Woord strijdt, maar ook een Kerk als ontaard en afgevallen te beschouwen, die tegen Gods
Woord kiest. Een gezag
derhalve, dat nooit in onheilig heerschappij-voeren ont-
aarden kan, wijl het uitsluitend in de consciëntie steun vindt. Valt het geloof in het ambt weg; is het ook maar aan twijfel onderhevig, of de uitspraak van het ambt wellicht tegen God zou zijn; wijkt het onbepaald en vrijwillig geschonken vertrouwen: dan blijkt reeds hieruit, dat de band tusschen het ambt en de Gemeente verbroken werd; dat het ambt door ongeestelijken zin zich uit de gemeenschap des Heiligen Geestes verwijdert, en dies op aarde niet meer binden kan. Bestaat daarentegen dit vertrouwen ongeschokt en onvolledig; spruit het ambt met steeds weilenden stroom uit het geestelijk leven der Gemeente voort, en wordt het ambtejijk gezag niet door de ambtelijke personen, maar door de Gemeente zelve als voor haar leven onmisbaar begeerd, gezocht; afgebeden niet alleen, maar ook bij zijn arbeid door de innerlijke bewegingen des gebeds en der smeeking gedragen; ontstaat i. e. w. een werkelijk geestelijk orgaan van een dan is de Sleutelgeestelijk levende Gemeente van Jezus Christus, een macht ook nu nog wat ze naar Jezus' eigen woord moest zijn
—
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's