Heils termen - pagina 140
130
heid voor
moet dat „heiligen" den Christen zijn, zoo
Christus zal
der
Schriften
ons
dus niet
ten
voor
den
Buddha
Leidsman
of
ook
Christus
zoowel
als
Mohammed, maar de op
den
lijdensweg
zijn.
Een dubbele omstandigheid noopt ons daarbij vooral gezag toe te kennen aan het elfde en twaalfde hoofdstuk van den Brief aan de Hebreen. Vooreerst wordt in dat Schriftdeel ons uitdrukkelijk verklaard, hoe we de uitdrukking „Overste Leidsman" te verstaan hebben; en bovendien, er is geen hoofdstuk in de Schrift, waarin over de bedoeling van Gods kastijdingen zoo met opzet en met zulk een uitvoerigheid gehandeld wordt. Vatten we nu deze beide hoofdstukken in haar innerlijke eenheid saam, vragen we wat beider verloop en samenhang is, en wat de Schrift in deze prachtige openbaring wil, dan moet natuurlijk achtereenvolgens op de „Wolke der Getuigen," op den „Oversten Leidsman" en op de „zonen" gelet worden. Eerst treedt de wolke der getuige voor ons op, als dragers van Gods openbaring, en wordt van hen gezegd, „dat ze de belofte niet verkregen hebben, opdat ze zonder ons niet
zouden volmaakt worden." Dan worden we op den Zone Gods gewezen, die, inhoud en volheid dezer belofte, ze in den weg van smart en dood vervuld heeft. En daarna eerst worden de geloovigen zelven die door Gods oordeel en gerichten tot beals zonen toegesproken, er ving dier belofte worden geleid. Die „Belofte Gods" is dus de hoofdgedachte, die elk der drie deelen bezielt. Het is God almachtig, die in den drang zijner ontfermende genade brengen wil, wat Hij beloofd heeft, namelijk zijn leven in den dood des zondaars. De die belofte verwerkelijking dier genade doorloopt nu drie stadiën. waarheid te maken, moet ze eerst geopenbaard, dan v e r v u 1 d, daarna toegeëigend worden. Geopenbaard is ze door de Wolke der Getuigen, vervuld in den Oversten Leidsman, toegeëigend in hen, tot wie de Schrift als tot zonen spreekt, en dat wel in elk dier stadiën door een weg van bedruktheid, van vervolging en leed. Zal de Heer zijn belofte openbaren kunnen aan de mannen Gods in het Oude Verbond, dan moeten ze eerst door Hem vatbaar worden gemaakt om in te gaan in den zielstoestand, die de aanneming dezer belofte eischt. Ze moeten daartoe „dolen in de woestijn, en op de bergen en in de holen en spelonken der aarde." Ze moeten daartoe al wat hun lief is, prijs geven, van de vreugde, die hun voorgesteld was, afzien, door storm op storm beloopen, door nood op nood vervolgd en bedreigd worden, en eindelijk tot in den hoek zonder uitweg gedrongen worden, om door de ervaring van Gods trouwe als eenig heulsap hunner ziele, bereid te worden voor de oneindig rijke belofte, waarmee God bij zich zelven heeft voorgenomen het Leven in te brengen in onzen Dood. De Heere brengt dan over hen een ])eperkten nood des aardschen levens. Dien nood verdiept Hij in hun
Om
''
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's