Het heil ons toekomende - pagina 165
;
155 bij
hij
gemis van deu draad, die
hem
leiden kan, zich in den doolhof
des levens verwart. derhalve de vraag: Waarom is b. v. Calvijn als Voetius als een leidende geest en zoo menig ander dienaar des Woords als een minder bedeelde geboren? Of ook, waarom zijn aan Paulus tien, aan Jacobus vijf, waarom is aan Thaddeüs slechts één enkel talent onder de Apostelen des Heeren toebedeeld? Of wilt ge, vraag dan wie in uw eigen tijd en in uw eigen land de geesten zijn, wier glans allen in het oog straalt; wie ze zijn, wier licht velen ten goede komt; en wie de anderen zijn wier schijnsel even buiten hun engeren levenskring nauwelijks meer wordt bespeurd en stel u ook dan de vraag, waarom A niet met den aanleg van B, B niet met de eigenaardigheid van C, C niet met het talent van A
Hiermee
een
ontstaat
keurgeest,
geboren werd?
De hun
verklaring hiervan kan niet in hun persoon liggen, want juist persoonlijkheid moet verklaard worden. Evenmin kan ze liggen
andere personen, want er is juist sprake van datgene wat hen met andere personen niet gemeen is, maar ze van hen scheidt. Ze kan ook niet in het stof der aarde liggen, of aan de starren des hemels gevraagd worden, want we zoeken juist de persoonlijkheid des menschen te verklaren, die hem boven al het zichtbare en stoflelijke verheft. Er blijft dus niet anders over, dan zonder tusschenschakel op éénmaal van het schepsel tot den Schepper over te gaan. Alleen in God kan in
de verklaring van dit raadsel liggen, wijl Hij alleen als Schepper de persoonlijkheid schiep, de gaven uitdeelde. Dat is wat de Schrift ons leert: Armen en rijken ontmoeten elkander. Waarom? De Heere heeft ze beiden
Waarom
gemaakt! heeft
God
ze
aldus
gemaakt
doordringende geest al verder. Toch niet om onze werken, want aan
?
vraagt onze altijd dieper
alle
werk ging onze ontvan-
genis vooraf.
Toch niet om onze zonde, want eerst door ontvangenis in een zondig geslacht zijn wij aan het verband van schuld en zonde onderworpen. Toch niet nit het voorzien, dat we ons tot die persoonlijkheid ontwikkelen zouden, want niets kan zich ontwikkelen, wat niet in de kern van ons wezen reeds bij onze ontvangenis gegeven is. Niet uit de werken, maar uit den vrij machtig iiitdeelenden Schepper, opdat niemand roeme is dus ook hier het éénig antwoord dat zich vinden laat. We zijn geesten van de eerste, tweede of derde orde, wijl God de Heere er ons toe uitverkoos. We ontvingen tien of vijf of één talent naar het Hem goeddacht in zijn welbehagen. Welbehagen, vrijmacht, uitverkiezing is dus ook voor het natuurlijk leven de laatste grond waarop we staan. Dat hiermee geen willekeur bedoeld kan zijn, spreekt vanzelf. Eeeds onder menschen wordt willekeur als zondig en onzedelijk ver!
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's