Het heil ons toekomende - pagina 150
140 ééne hoogheerlijk wezen Gods, en het spreekt dus naarmate we meer van dien God zien en meer van zijn krachten ervaren, er meer stelsel ook in ons belijden komen zal.
van
diepte
vanzelf,
het
dat
dien weg betreedt het stelselziek streven der scholastiek Ze cijfert op het papier in stee van becijferd te worden door de verhoudingen der krachten Gods en de geestelijke wetten, die deze krachten beheerschen. Zoo komt men er toe, van God, van zijn raad, van zijn zoen te spreken, zonder dat die God, die genade, dat recht, die raad en die verzoening als leven en wezenlijkheid voor ons staan. Daardoor sluipt de onwaarheid in. Woord en leven dekken elkander niet meer. Wijl Gods recht ons niet een naam voor de levende gerechtigheid in God zelf is, gelijk die is en bestaat, maar een afgetrokken hoegrootheid, kan het niet anders, of we kennen aan dat recht toe, wat er vreemd aan is, en zien er niet in, wat er onafscheidelijk bij hoort. Met Gods recht zal iemand het wel laten om te knutselen naar eigen lust en zin. Dat recht zou hem vermalen en Maar laat men dat recht Gods zijn gewijde hand verdooven doen. voor wat het is, en neemt men slechts den naam, slechts het afgetrokken begrip, o, natiiurlijk dan heeft willekeur vrij spel. Wat zou dit begrip u doen? Het is dood en krachteloos. Er zit niets in. Het is uw eigen product. Uw brein heeft het aldus geschapen. U, als zijn schepper, dient het en bij alle denkoperatie, die u in den zin komt, schikt het zich naar uw bevelen. Zoo kunt gij met het recht, zoo kunt ge ook met de genade, met den raad des Eeuwigen, ja ten slotte met den naam God zelf doen. Het worden alle stukken kaartenblad voor u, waarop ge namen schreeft en waaruit ge naar hartelust uw kaartenhuis kunt optrekken. Doch dan hebt ge ook de l> ugen. Want, dit weet ieder, men vat uw zeggen in ernst op. Men kan niet anders, men moet het zoo opvatten. De taal is een gemeen goed, niet uw particulier eigendom. Gebruikt ge dus bij het kunstig spel van uw gedachtenbeelden woorden en begrippen, waarvan de zaak in het leven, in de werkelijkheid bestaat, dan is een ieder in zijn recht, die u daaraan houdt en moet de eenvoudige wel den indruk ontvangen dat gij niet van het bestek, maar van het huis, niet van het onjuiste konterfeitsel, maar van den persoon, niet van fantaisie, maar van het leven spreekt. Ja, hiermee is de leugen nog niet ten einde. De leugen bestaat niet slechts tusschen u en uw naaste, maar evenzeer tusschen u en uzelf. Gijzelf meent het ten laatste zoo, verstaat het zoo, vat het zoo op, en, misleid door uw eigen arglistigheid, laat ge in uw eigen hart die doode machten van begrippen en sluitredenen allengs de plaats innemen van den levenden God.
Maar
niet.
Daarom voor der
de ziel.
is
elke
gezondheid
richting
van
die
het
hiertoe
leidt,
gemeenteleven
zoo uiterst gevaarlijk voor de frischheid
en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's