Honig uit den rotssteen - pagina 216
202 zijn
om
om
een
te hooren, dan komt het toch nooit over zijn lippen, alleen aanmerking te maken, en veel minder om zich boven u te verheffen. Maar dan eerst en dan alleen, als de liefde voor God zoo machtig in hem werkt, dat hij voelt „Ik mag niet zwijgen ;" of ook als de liefde voor uw persoon hem zoo innerlijk verteert dat hij u met koorden der liefde zoekt te omstrengelen. En dat voelt dan de aangesprokene, want dan komt het er uit, ja, maar hoe? Neen, niet op een weekelijken toon; eer met doordringenden ernst; maar toch in een toon van zoo ongedwongen liefde, dat ge voelt: „Dat is niet uit bitterheid; dat is om geen bijreden; hij kon eenvoudig niet anders !" En waar zoo gesproken wordt, daar kan alle ding genoemd worden, want daar dekt toch de zalige goddelijke liefde, ook onder het zeggen, alle dingen toe. :
LXIX.
^c
groDtc ïicbcn
31311
ïeugen!
Immers zijn de gemeene lieden ijdelheid, in de weegde groote lieden zijn leugen schaal opgewogen zouden zij samen lichter Psalm 62 10. zijn dan de ijdelheid. ;
:
„groote lieden" op aarde. Zich in te beelden dat alle aarde (/elijk zijn, is spelen met de werkelijkheid. Ze zijn niet gelijk, de kinderen der menschen; eer zijn ze onderling zeer onEn ook al moet toegestemd dat het onderscheid eindeloos gelijk. schakeerend is, zoodat elke indeeling mank gaat, toch weet ieder onzer, dat de wereld der menschen om ons heen zeer merkbaar voor ons oog uiteenvalt in onafzienbare menigte kleine en enkele groote .Ja,
lieden
er
zijn
op
menschen. „Klein" en „groot", door wat dan ook, naar gelang van al wat onder menschen als maatstaf om meê te meten, steeds gegolden heeft en nog geldt. Kleine lieden die weinig en groote die veel gouds bezitten. Kleine lieden die zwak en groote die sterk aan macht zijn. Kleine lieden die over geringe en groote die over ongelooflijke denkkracht beschikken. Kleine lieden die nauwlijks meetellen in de maatschappij en groote die de maatschappij beheerschen. Kleine lieden, aan energie en wilskracht arm, en groote die als helden onder hun geslacht staan. Hulpbehoeftigheid aan de ééne en overmacht aan de andere zijde Hier een onafzienbare schare van zwakken en geringen, die vreezend of bewonderend, opzien naar de enkele groeten, en ginds
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's