Honig uit den rotssteen - pagina 41
27
X.
Ccn
nicn5'cïicnr5:oDrbcr
It,-;ii
ben ïrcgimic.
Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen. Die was een
menschenmoorder van den beginne. Joh. 8
:
44.
Spottend heeft men der Christenheid in Duitschland onlangs voor voeten 2;eworpen, dat haar shibhólcth niet was, of men geloofde aan God, maar of men geloofde aan dcii Duivel. En toch ligt er ook in die schijnbare paradox waarheid. Mettei'daad staat iemand, die het niet verder bracht, dan tot de oppervlakkige, goedgeefsche belijdenis: Ik geloof aan een God, de
—
dan zulk een, die met ontzetting belijdt: Ik geloof ja waarlijk in het bestaan van een persoonlijken duivel. „Aan een God te gelooven !" och, dat is nog zoo usantie, dat doen de meesten nog, daarmee beloopt men schimp noch smaad. En met die vage belijdenis op de lippen kan men voorts leven, alsof er toch geen God was en zich uit eigen imaginatie een God uitdenken en inbeelden te hebben, die met „den levenden God van het Woord" niets te maken heeft, en dus feitelijk niet bestaat. onvergelijkelijk
veel
lager
Maar heel anders wordt het, als gij er voor uitkomt, dat gij gelooft aan het bestaan van een persoonlijken duivel. Dan toch komt ge onmiddellijk in conflict met „de fatsoenlijke" en de „ontwikkelde" lieden. Dan wacht u beschimping en bespotting. Dan zal men u een dweper en een bekrompene schelden. Ja, waarlijk, daar hebt gij een belijdenis, waarbij er zedelijke moed toe behoort,
om
er in te volharden.
Eeeds het feit, dat aan het bestaan van een God nog negen tienden der menschen waarde hechten, terwijl er aan het bestaan van een duivel misschien nog slechts hoogstens één tiende vasthoudt, toont dat er in het laatste veel meer steekt.
En
dat spreekt
Immers,
immers
God
vanzelf.
dat kan nog eenvoudig een van buiten geleerd begrip zijn; iets dat ge zoo nazegt; en dat voorts buiten u omgaat. Maar als ge er na strijd en twijfel en ontkenning eindelijk toe komt, om in te zien en te erkennen en dan toch te moeten toegeven, dat er, ja, werkelijk dan toch een duivel bestaat, dan ligt er achter die belijdenis een breed veld, waarop uw zedelijke worstelingen gezien zijn door Gods engelen; dan hebt ge met de macht der zonde te doen gekregen dan is iets van de diepte van den afgrond voor u ontdekt geworden; en is die zonde u eindelijk in zulk een ontzettend
„aan
;
te
gelooven,"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's