Heils termen - pagina 26
bergen der heiligheid neergedruppeld, een vaste bedding en daarmee een aangewezen loop verkrijgt in het leven der menschheid. Dit geschiedt met Abraham's roeping, zijn uitgang en vorming tot het geloof. En nu, nu de eeuwige God, als in schaduwen de vleeschwording des Woords voorteekent, en zelf aan zijn uitverkorene verschijnt, hem zich tot vriend neemt, en door verbondssluiting met hem in bijzondere betrekking treedt, nu komt ook de „Naamsopenbaring," als het daar „Ik ben God de A lm a c h t i g e, in Mamre's heilig woud weerklinkt wees oprecht" (Gen. 17 voor Mijn aangezicht en w^andel 1). Dat worden, zou, met het volle nadruk moet gelegd hierop werkelijk de betwist Avorden; kunnen op woorden gericht, deze oog uitsluitend maar is boven eiken twijfel verheven, zoo wij de woorden uit Exod. 2 hier bijvoegen: „Ik ben aan Abraham, Isaac en Jakob ver6 schenen als God de Almachtige, doch met m ij n e n Naam Heeke :
:
:
ben Ik hun niet bekend geweest. waarom juist deze naam als eerste Yerbondsnaam dan wijzen we in historischen zin op het feit van Isaac's
Yraagt gold,
men,
Aan
geboorte was Abraham's geloof in geheel zijn omvang gebonden. „Alleen door het geloof" zou hij leven en in Isaac's geboorte moesten alle stralen van dat geloof als in één brandpunt samenvallen. Werkelijk hing geheel Abraham's betrekking Staat het nu tot zijn God aan het komen of uitblijven van dat feit. geboorte we Isaac's vast, dat we den bodem der Schrift verlaten, zoo wijst daarentegen en uit de werking der natuurlijke krachten verklaren èn het verhaal van Genesis, èn de commentaar op dit verhaal door Paulus in Eomeinen 4 gegeven, op een geboorte door het won(hr^ door de inbreking van Gods reddende en verlossende en levenw^ekkende Almacht in de uitgeputte, tot den dood toe verstorven aard dan, dunkt ons, is het volvan dit verzondigd natuurlijk leven komen begrijpelijk, dat voor Abraham, wiens geloof met de openbaring van die Almacht stond of viel, de Heere allereerst en allermeest „de
wonderbare
geboorte.
die
;
—
Almachtige"
moest
zijn.
Maar we behoeven hierbij waarop de Almacht Gods zich
niet
te
blijven staan.
De
wijze toch,
in Isaac's geboorte openbaart, kenteekent geheel het karakter, dat de heilsopenbaring Gods dragen zou. „Alle macht in God, uit en tot Hem," dus luidt de tegenstelling, waarmee die „Naam Gods" zich stelt tegenover het wezen der zonde, dat een macht buiten God, een macht uit eigen oorsprong wil zijn; een macht, staande naast en tegenover God. En wordt zoo, door dien Naam, het zondig wezen van den mensch geoordeeld, evenzeer draagt diezelfde „Naam Gods" de profetie en kiem der volkomen verbondsverlossing in zich. Immers, „Abraham's verstorven lenden," en de „verstorven moeder in Sara" zijn niet toevallig gekozen, maar de teekenende uitdrukking van den dood, van de krachtelooshcid, van de onvruchtbaarheid, w^aarmeê de zonde den mensch naar ziel en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's