Dat de genade particulier is - pagina 221
211 en opgevat worde van die allen over wie en tot wie in dezen brief gesproken wordt. Hoogstens zouden onze tegenstanders dus uit deze woorden kunnen afleiden, dat Paulus den dood van Christus betrekkelijk maakt op alle gedoopten, of wil men, op alle uitwendige leden der gemeente; wat natuurlijk gansch iets anders is, dan alle ziel uit eene vrouw geboren. Maar zelfs dit veel engere beweren is niet vol te houden. Want zeer zeker zal een iegelijk die tot de gemeente Christi, zij het ook slechts uitwendig, behoort, naar den dood des Heeren en de heiligheid van het zoenbloed geoordeeld worden. Zeer stellig gaat den zoodanige, indien hij zich niet bekeert, het bloed van den Zone Gods derwijs aan, dat hij niet anders dan als een verloochenaar en huichelaar kan verstaan
verloren gaan. Maar nooit kan of mag daaruit worden algeleid, dat de apostel van Christus daarom de vrucht van Jezus' dood als ook voor zulk een persoonlijk bestemd zou hebben voorgesteld. Want immers reeds uit het ééne feit, dat de apostel de geheele gemeente toespreekt, blijkt overtuigend en voldingend, dat als „uitverkoren" zijn brief steeds aan de gemeente in haar ideëel karakter gericht is. D. w. z. gericht is uitsluitend tot allen en een iegelijk die essentieel en als levende leden tot de gemeente behooren, zonder in het minst te rekenen met de onechte, valsche en ongeheiligde elementen, die aan haar kleven, haar uniform dragen en zich voordoen, als behoorden ze haar toe. Ten overvloede blijkt bovendien nog uit het slot van het aangehaalde vers, dat 's apostels woord in geen anderen zin verstaan worden kan. Want immers in het slot van vers 15 spreekt hij in éénen adem van het „gestorven en opgewekt zijn van Christus" voor de zijnen. „Opdat degenen die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar dien die voor hen gestorven en opgewekt is." Staat het nu vast, dat Christus althans niet opgewekt kan zijn, voor iemand die onbekeerd sterft, en wordt hier van dezelfde personen voor wie hij opgewekt is, en ook alleen van deze uitgesproken: „dat Christus ook voor hen gestorven is", dan blijkt ook hieruit immers op onwederlegbare wijze, dat althans in dit vers het sterven van Curistus alleen met hen in verband wordt gebracht, die deel uitmaken vaa de levende o-emeente.
Almede
men
Hebreen 3 waar de apostel 9, Jezus met heerlijkheid en eere gedie een weinig minder dan de engelen geworden was vanwege het lijden des doods, opdat hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zoude. Hierbij intusschen lette men er al aanstonds op, dat er in de oorPaulus kroond,
verwijst
schrijft:
„Maar
ons
wij
''^
naar
zien
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's