Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil ons toekomende - pagina 230

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil ons toekomende - pagina 230

3 minuten leestijd

220 zou ze protesteeren zoo men haar een ander Evangelie braclit dan van het lichamelijk verrijzen ten derden dage. Met haar goed recht verzet daaroiü de gemeente zich, zoo dikwijls men haar van die zijde vril aanvatten. Haar consciëntie beaamt dit verwijt niet, en verre van zich gewonnen te geven, vreest ze veeleer de bedenkelijke strekking van een woord, dat reeds zoo dikwijls in haar bedehuizen de vroege bode is geweest van een Christusbelijdenis, die ten .slotte op de ontkenning van zijn Goddelijke natuur uitliep. Neen, wat de Gemeente feilt bij haar belijdenis van den Christus, niet een misslag in het waardschatten van haar geloofsartikelen, is maar een verleidelijk uitvloeisel der zonde. Een der diepste neigingen, die de zonde in ons hart bracht, is de zucht, om het mejtschelijke te vergoden. Zoo doet de wereld die buiten God ligt. Ze boetseert haar teraphim, ze beitelt haar afgoden uit, ze giet haar beelden, om dit menschelijke daarna te eeren als ware het God. Ze bezingt haar wijzen en volkshelden, heeft lust aan hun panegyrie en idealiseert ze, om straks bij het komend geslacht den waan te vestigen als waren ze goden. Ze knielt eindelijk, steeds dieper gezonken voor een levenden mensch neder, en of die levende mensch dan Divus Augustus in de eerste, of de uit het bordeel gesleurde godin der Eede in de achttiende, of de groote Humboldt in de negentiende eeuw is, de zonde blijft één. hoovaardij die den mensch verlokt het menschelijke als ware 't Is het God te aanbidden. Die zonde ging ook in Jezus' Kerk meê. Door onze toebrenging tot de Kerk van Christus honden we niet op van nature tot elke Geen valscher noch gevaarlijker voorstelling zonde geneigd te zijn. dan, die den belijder van Christus den vijand daar binnen doet

vergeten.

Ook

blijven we menschen, die in zonde ontvangen daardoor blootstaan aan het gevaar, om onze zelfs op de heiligheden Gods te doen spelen. Alle ketterij vindt daarin zijn oorsprong. Het is juist de heerlijkheid van den Christus, dat Hij, trots dien onheiligen stroom, die telkens uit ons hart in de gemeente vloeit, na elke verdonkering van zijn Naam, dien heerlijken Naam weer in reiner glans uitbrengt. Vooraf in Eomes Kerk kwam die neiging sterk uit. Minder aan den persoon van den Christus openbaart zich haar zonde. Veeleer zocht ze de belijdenis van den Christus onaangeroerd te laten, door nevens Hem andere personen te doen optreden, in wier vereering de verkeerde neiging van het hart voldoening vond. Ze wierp zich daartoe op Maria, op de patriarchen en profeten, op de apostelen en martelaren, op de engelen en heiligen. Wel verzweeg ze het niet, dat wijl God alleen God was, aan deze iiitnem enden onder de schepselen geen goddelijke eer toekomt, maar dit protest miste zijn werking en feitelijk

in Jezus'

en geboren zijn, zondige neiging

Kerk en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

Het heil ons toekomende - pagina 230

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's