Heils termen - pagina 178
168 Niet zocht
uit
weelde,
maar
uit drang
van nood, wil de Schrift onder-
zijn.
met mos
omzoomde en dicht bekroosde vijvers van het werpt soms de jonkvrouwe van edelen bloede den angel met het aas uit, om het spartelend ^ischje te verschalken. Uit moedwil half en weelde vischt ze. Een druppelen van het wolkje daar boven, een gluren van het zonnetje om den boschrand, een koeltje, wat te fel geblazen, en ze laat den hengelstok glippen, rept zich huiswaarts en denkt zelfs niet om wat ze ving. Xiet anders is sommiger bedrij \igheid bij het vangen uit Gods Woord. Uit weelde begonnen, gestaakt bij het minste dat afleidde, en ... wat in schijn gewonnen werd, blijft smadelijk, ongebruikt en dus onvruchtbaar liggen aan den oeverrand van hun overprikkeld hart. Daar is nog een ander visschen; van dien man, dien de broodkruimels niet steken, wien het om brood voor eigen mond, erger nog, om brood voor vrouw en kroost te doen is. Die man ging In
de
landsheerlijk
slot,
.
liever
niet.
Maar
hij
kan niet thuis
blijven.
De nood
nijpt.
Wel
is
nacht en rusten anderen, maar hij moet ten bedde uit. Wel dreigen de wolken, wel snei-^Den de winden, maar hij moet er door. Niet om te vangen, maar om den vangst werpt hij zijn netten uit. Verstijfd, verkleumd, eenzaam staat hij daar. Toch mag hij niet naar huis. De visch die hij vangt, is hem het brood voor zijn leven. Wie als die visscher-om-brood, om het brood der ziel de Schrift onderzoekt, aan diens zoeken is de belofte van vinden bezegeld. Naar de Schrift, omdat we voor het eigen hart en anderer ziel niet hebben waar de geest bij leven kan. Uit nood, als het nacht om ons heen wordt, als alles ons verlaat en de wolken druipen en het stormt van verre en de hand ons aan de polsen verstijft, ga zoo tot de Schrift, en met beladen korven keert gij weder. het
—
„Maar scheid dan de boeken des Ouden Yerbonds van die Schrift In de kennisse Gods, gemsselijk, maar toch alleen in de kennisse van Gods Liefde, ligt het leven, en van een God die Liefde is wordt in het Oude Verbond ter nauwernood gerept!"
af.
Men
herkent
waarschuwing,
van
geloovige zijde niet de Boeken des Nieuwen Testaments!" Zoo scheidt men eerst wat één was, om straks de beide deelen der Schrift in tegenspraak te brengen, en eindigt niet zelden met zulke harde woorden tegen dat Oud Verbond te spreken, als moest het Nieuwe Testament ons afleeren, wat ons het oude had
ongewoon!
„De
die
Schrift,
ja,
maar
zelfs
vooral
geleerd.
De oppervlakkigheid en ongeestelijkheid van zulk een zienswijs in haar algemeene strekking bespreken Ave thans niet. Wie dus spreekt, ontkent, zij het ook onbewust, het feit van Gods bijzondere Open-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's