Honig uit den rotssteen - pagina 202
? ;
188 Gij toe,
om
ziet
maar
ziet,
zoo
hebt,
naar gij
blaas
heirscharen:
veel,
zoo spreekt de Heere ook ons verwijtend
bekomt weinig, en als gij het in het huis 'gebracht Ik daar in. En waarom dat? spreekt de Heere der
om mijns
huizes wil, hetwelk woest
is,
en dat gij loopt
elk voor zijn eigen huis!
Want
daarin ligt onze eigenlijke diepe zonde. sprake van is, om voor onze eigen zaken op te komen onzen eigen welstand te beteren; en ons eigen huis te bouwen,
Als
om
er
dan weten diezelfde vroede, vrome, wijze mannen van al dit vrome en lijdelijk berusten niets. Dan zijn ze eer te driftig en voortvarend. En als ge hen dan tot meer lijdzaamheid vermaant met „Zoekt toch eerst het Koninkrijk Gods en zijne gerechtighet woord heid, dan zullen al deze dingen u vanzelf toegeworpen worden !" dan mort hun ontevreden en onrustig hart tegen dat hoogernstig woord des Heeren in, en weten ze u o, zoo bezield en ernstig, te zeggen, „dat we toch doen moeten al wat onze hand vindt om te doen!"; „dat ons vertrouwen op den Heere door valsche lijdelijkheid nooit tot zonde mag worden;" en „dat de weg der middelen toch ook verordend is door Hem op Wien al ons betrouwen staat." Tast ge nu het onheilige van die drogredenen? Als het ons eigen huis raakt, dan weet men ze o, zoo vlot en afdoende, zoo welsprekend en overtuigend te weerleggen; maar als het Oods huis geldt, dan vindt men den zondigen moed in zijn hart, om precies diezelfde drogredenen weer als onwederlegbare bewijsmiddelen anderen op te dringen. En nu is dat op zichzelf reeds stuitend en ergerlijk. Maar van nog ergerlijker natuur wordt dit geestelijk misdrijf, indien men tegen beter weten in Gods heilig Woord verdraait en in zijn tegendeel verkeert, om aan zijn valsche lijdelijkheid een vromen glimp te geven. „Niet door kracht noch door geweld, maar Immers dat woord door mijnen Geest zal het geschieden" beteekent bij Zacharias (4 6) volstrekt niet, dat de mensch stil moet zitten, en dat het buiten den mensch om, door een wonder Gods tot stand moet komen. Neen, maar eer omgekeerd, dat de menschelijke personen van Jozua en Serubbabel de twee instrumenten in 's Heeren hand zullen zijn, door wier moed en beleid, door wier energie en wier ijver de heiligheden des Heeren weer zouden ontkomen aan den smaad. Dat woord „Niet door kracht noch door geweld, maar door mijnen Geest!" is ontleend aan de profetieën des Heeren tot het uit de ballingschap wedergekeerde Juda. En wat was nu de geestelijke toestand van het wedergekeerde volk? Was eróverijver? Was er exces van geestelijke bedrijvigheid? Moest men de ijveraars tot bedaren brengen Integendeel, er was traagheid, er was lauwheid, er was een zondige onverschilligheid, die moest worden bestraft. o,
uitstallen
:
:
:
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's