Het heil ons toekomende - pagina 217
ao7 saamgevat leert' de Schrift derhalve dat het vleesch goed was, werd, maar in Christus wederom verheerlijkt is. Of wil men, dat het vleesch zoozeer onafscheidelijk bij het menschelijk wezen komt, dat het mee in zijn schepping, meê in zijn val, maar ook mee in zijn herstelling begrepen is. Het vleesch is nooit in zijn wezen, uit zich zelf, naar zijn aard zondig. „We hebben den strijd niet met
Kort
kwaad
maar met de geestelijke boosheden in de lucht." verstand geve men zich daarbij rekenschap, wat vleesch Vleesch is het hoogste en uitnemendste, waartoe de zichtbare en is. tastbare schepping opklimt. Vleesch staat hooger dan het stof, hooger dan ertsen en metalen, hooger dan crystallen en stalantytec, hooger zelfs dan het celweefsel van de plant. Vleesch is de kunstigste, fijnste vleesch en bloed,
Tot
recht
en schoonste vorm, waarin de Schepper het stof doet optreden. Dit voelt men nog te beter, zoo men in het oog houdt, dat de Schrift met „vleesch" niet enkel onze spieren, maar geheel ons lichaam bedoelt. Onder vleesch behoort dus ook de teedere en wondere bewerktuiging van onze zenuwen, behoort ook het schitterend oog, het kunstig oor; onder vleesch is ook de onnaspeurlijk saamgestelde groep van zenuwstreugen begrepen, die wij onze hersenen noemen, en wie ook maar een enkelen vluchtigen blik op dit organisme van het vleesch in al zijn vertakkingen geslagen heeft, zal geen oogenblik dat God de Almachtige, metterdaad geheel een te belijden, wereld van de aangrijpendste, verrassendste en prachtigste wonderen in die schepping van het „vleesch" heeft Ontsloten. Niet alle vleesch is hetzelfde vleesch, zegt Paulus. Een ander is het vleesch der visschen en een ander is het vleesch der dieren en een ander wederom is het vleesch der menschen, zóó echter, dat ook hierin een opklimmende orde zij. Zelfs in zijn min edele bewerktuiging staat het vleesch nog verre boven het schoonste crystal en de zuiverste plantencel. Maar toch, de afstand tusschen het minst edele en het edelste „vleesch" is niet minder groot. Het wonder der Schepping is ook te dezen opzichte eerst gekroond door de schepping van den mensch. Voor hoelang dient ons het vleesch? Let op den ernst dier vraag. Beschouwt ge het vleesch slechts als een noodzakelijk kwaad, een hulpmiddel voor dit korte leven, dat, straks weggeworpen, alle beteekenis voor de eeuwigheid mist? Of wel zijt ge als schepsel bestand om in vleesch te leven, eeuwiglijk en altoos? Op die vraag antwoordt de ongeestelijke wereld: Natuurlijk is het vleesch slechts voor dit leven! De H. Schrift daarentegen leert, dat het vleesch dat in verderfelijkheid gezaaid wordt, eens in heerlijkheid en onverderfelijkheid zal opstaan. De wetenschap matigt zich het recht aan tot de verklaring, dat het vleesch zijn rol met dit aanzijn heeft uitgespeeld; de Kerk van Christus daarentegen belijdt Wederopstanding des vleesches en een eeuwig leven. Dus óók het vleesch een bestemming voor ons aarzelen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's