Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Een midden-eeuwer in onze dagen - pagina 43

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een midden-eeuwer in onze dagen - pagina 43

2 minuten leestijd

In de voorrede deelt Dohm mede, oorspronkelijk het plan te hebben gehad eene Joodsche Geschiedenis te schrijven van de verwoesting des tweeden tempels af. Het lag hierbij niet in zijne

bedoeling,

wenschte

eene historiografische leemte

in

maar

te voorzien,

hij

de ongelukkige geschiedenis der Joden aan te toonen de verdrukking waaronder zij nog heden ten dage (1781), in

dat

,,uit

de meeste staten leefden, niet anders dan een onstaatkundige

en

onmenschelijke

van de

overblijfsel

vooroordeelen

der

donkerste

eeuwen moet worden genoemd en derhalve onwaard nog heden te worden voortgezet. Wanneer hij (Dohm) uit de geschiedenis zal hebben aangetoond dat de Joden uitsluitend hierdoor als menschen en burgers minderwaardig werden, doordien hun de rechten van beiden waren ontzegd, dan zal hij met te meer vrijmoedigheid de Regeeringen durven aansporen het aantal harer goede burgers te vermeerderen door den Joden geen aanleiding meer te geven slechte te zijn" (I) *). Het boek zelf begint met de opmerking, dat onbetwistbaar de toename van welvarende burgers een desideratum van eiken staat moet zijn. Niettemin heeft men den Joden door een stel der meest geraffineerde wetten-van-kwelling niet alleen belet

maar

toe te nemen,

het

in

Wat

zelfs

levensonderhoud

te

winnen.

nauw gedreven, geen keuze dan hongerdood

dreef

de Regeeringen tot zoo harde gedragslijn?

welvaart

in

Hun

„Zouden

zoovele vlijtige en goede burgers, vraagt de schrijver zich

minder

Staat

nuttig

zijn

omdat

zij

uit

vereeren,

af,

den

Azië stammen, zich door

baarddracht, besnijdenis en door eene wijze te

bleef,

of handel.

om

het hoogste

Wezen

hun door hunne voorvaderen sedert de vroegste

eeuwen nagelaten, onderscheiden?" In onsociale (ungesellige) van hun geloof kan de oorzaak niet liggen want hoe hevig in den aanvang hunner geschiedenis hun godsdienst zich ook moge geweerd hebben in den strijd om het bestaan, hun

beginselen

tegenwoordige godsdienst

schrijft

nergens zijnen belijders voor de

aanhangers van eenig ander geloof

wordt

intolerantie

verweten

;

maar

te

haten of te beleedigen.

deze,

zegt

Dohm,

is

Hun

min of

meer aan eiken godsdienst inhaerent. ,,Elke religie roemt er in, den eenigen of op zijn minst den veiligsten en kortsten weg te bieden tot het welbehagen der Godheid en de zaligheid eens tweeden levens. Elk beweert zijne *)

De Romeinsche

werkje afgedrukt.

39

cijfers

verwijzen naar den oorspronkelijker! tekst achter dit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 76 Pagina's

Een midden-eeuwer in onze dagen - pagina 43

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 76 Pagina's