Heils termen - pagina 58
48
hem licht vallen, daar zijn eigen wezen en de wereld dat Woord Gods een zuiveren weerklank gaven. op heen om hem nu door de nawerking der zonde zijn eigen wezen daarentegen, Nu hem omringt, met dat Woord Gods in strijd en die wereld, en de nu eischt het gelooven aan Gods Woord het geraakt, is tegenspraak wezen en het afzien van alle zichtbare geheele zijn van prijsgeven dino-en, om zich uitsluitend aan dat Woord te hechten, dat alle kon
dit geloof
zichtbare verschijnselen weerspreekt. Daarom dan zien we in de Heilsopenbaring het aan het Feit voorafgaan, wijl alleen in die volgorde
Woord
een gelooven wordt,
waarlijk
alleen
het
steeds
geloof
en eeniglijk steunende op God.
Immers ook hier geldt dezelfde onderscheiding. Het Feit is het zichtbare, het Woord het onzienlijke en geestelijke. Kon het Feit zonder het Woord openbaar worden, dan zou het geloof
Feit
dat
in
zelf zijn
grond en vastigheid zoeken en geen ge-
worden in God.
loof
daarentegen eerst het Woord, dat Woord, dat in zichzelf ijl is als de damp, die komt en gaat, dan moet van tweeën en één gebeuren: of de mensch moet dat Woord verwerpen, óf hij moet voor dat W^oord den eenigen grond van zekerheid vinden in Hem
Komt
vluchtig
die sprak, dat
is
in God.
op zijn Woord, dat en dat alleen is Hem eeren, ook het hoogste, waartoe de ziel eens menschen komen kan. De Heere zendt een Woord uit, een Woord dat alles wat voor oogen dat al het menschelijke, gelijk het door de zonde geis weerspreekt, worden is, veroordeelt, een Woord, dat in zijn onzienlijke, geestelijke ijlheid staat tegenover ons en de wereld om ons heen. Eenerzijds dringt dan dat Woord op ons aan, en anderzijds geheel het wicht van ons eigen wezen en de overweldigende indruk der zinlij ke wereld. En tegenover die ontzettende macht hebben we
God
maar dat
om
dan,
gelooven
te
is
Woord
dat
te
aanvaarden, niets, niets in onszelven, niets in
in al het geschapene, niets dan den eeuwig onverbreekbaren waarborg, die daarin ligt, dat God, die het sprak, God is. O dat dan niemand het licht achte, dat Woord Gods aan te nemen en het al voor waarachtig te houden, wat in dat Woord gedie
wereld,
niets
!
openbaard aannemen,
met het
is.
Zoo weinig is het licht te achten, dat gij het niet kunt u zelven eerst gedood hebt en bestraald wordt gij van den Heiligen Geest.
tenzij
licht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's