Dat de genade particulier is - pagina 80
70
immers door genade leven mag, reeds eer ik geboren werd uit mijner moeders schoot, in den Middelaar in kiem aanwezig was, met hem gestorven ben, met hem ben opgewekt en met hem in den hemel ben gezet, dan kan er natuurlijk van een mogelijk wel, maar mogelijk ook niH ter zalighei«l komen, geen oogenblik sprake meer zijn. Die in Jezus als kiem waren, en met hem opgewekt, en met hem in den hemel gezet zijn, dat zijn natuurlijk personen; bepaalde menschen; menschen met een bepaalden naam. Wie eenmaal met Christus alzoo gezet is in den hemel, die kan er zelf zoomin ooit meer uitvallen, als Christus er uitvallen kan. En omgekeerd, wie niet alzoo met Christus in den hemel gezet is, die is dan ook niet met hem opgewekt, en was dus niet als levenskiem in hem aanwezig, toen hij zijn goddelijk Middelaars werk begon. de „algemeene genade" staande te houden moet men dus niets minder doen, dan al deze stellige uitspraken der Schrift vlak in het aangezicht weerspreken; er de ziel uitsnijden; ze uitledigen en uitholen; om niets over te houden dan de ledige dop of schel van een niets zeggenden spraak vorm. „Medegezet in den hemel" wordt dan niets dan „in gedachten reeds opgevaren." „Medeopgewekt" beduidt dan „gelijk Jezus eenmaal lichamelijk opstond, werd ik ook geestelijk opgewekt," en wat verwateringen van de Heilige Schriftwaarheid men meer daaraan toeik
'
Om
voegt.
Alle werkelijkheid, alle realiteit valt dan weg.
De
dan niet in de lendenen van den Verlosser beheb dan niet in zijn hart gelegen, toen hij voor mij stierf aan het kruis Christus heeft dan stervende niemand bepaaldelijk bedoeld, maar alleen een mogelijkheid in het leven geroepen, waarvan later dan bij de uitwerking maar blijken moest, of de zondaren er aan wilden, of haar verwierpen. Maar immers zoo maakt men heel het Kruis een ongerijmdheid. De bloed-theorie wekt aldus rechtmatige weerspraak. En ons geslacht is volkomen in zijn recht, indien het weigert aan een God te gelooven, die het otter van A. aannam, om misschien B. vrij te verlosten
sloten
zijn
Ik
geweest.
spreken. Natuurlijk
daar niets ongerijmds in, bijaldien ik weet, dal A. was, B. in zich besluiten kon, en alzoo met B. zich vereenzelvigend, op grond van die levenseenheid plaatsbekleedend voor
wijl
hij
ligt
God
hem op kon den
stroom
en hem dan ook werkelijk en wezenlijk door zonde en des doods droeg, en zeer reëel en ontwij-
treden,
der
felbaar verloste.
Maar indien gen
dat alles af moet gaan op wilsneigingen, moet afhanvan onzekere gezindheden, rusten moet op onberekenbare moge-
lijkheden, en aldus buiten de /(?i?é'/zs-eenheid, buiten het /gi;ews-verband
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's