Dat de genade particulier is - pagina 108
98
den grooten gang van de historie van Gods daden het plan zijner genadewerking niet is aangelegd noch berekend op de zaligheid van ziel voor ziel, onder alle geslacht, en in elke eeuw der menschen ').
stootelijk aantoont-, dat in
V.
VAN DE PATRIARCHEN TOT
MOZES.
In u zullen alle geslachten des aardrijks 3. Gen. 12 gezegend worden. :
Is
genade
de
dan ook soms,
hetzij
algemeen bedoeld,
meen bestemd en toegewezen, onder de Patriarchen
hetzij
of door
alge-
Mozes?
Oordeelt zelven! Na den zondvloed lezen we, zeer zeker, van een verbondssluiting met Noach en geheel de uit dien patriarch voortgekomene menschheid; want er staat uitdrukkelijk bij: „Ik geef mijn verbond tusschen u en tusschen alle levende ziel, tot eeuwige geslachten" (Gen. 9 12). En even grif geven we toe, dat ook het Noachietisch verbond een schakel vormt in de openbaringsketen van het ^enac^everbond. Maar wie daaruit nu wilde afleiden, dat dus ook voor alle menschen de genade door God bestemd en van Godswege bedoeld was; en dat wel in den zin van „genade tot zaligheid'^; zou zich toch schromelijk :
vergissen.
Immers er staat ten allerduidelijkste bij, dat de belofte van dit verbond zich niet enkel tot de menschen, maar evenzoo tot alle beesten „Ik richt mijn verbond op met u en met uwen zade na u, uitstrekte en met alle levende ziel die met u is, van het gevogelte^ van het vee, ^^ en van alle gedierte der aarde. Eeeds dit bewijst voldingend, dat men met dit Noachietisch verbond :
*) Men wtjze hier niet op 1 Petr. 3 19 en 20, als zou daar geleerd worden, dat Christus, na zijn sterven aan het kruis en vóór zijn opstanding, naar de onderwereld zou gegaan zijn, om aan de menschen die in Noachs dagen verdronken, nogmaals hekeering te prediken. Want, daargelaten nog, dat we op het voetspoor van de grootste kerkvaders en geleerden, van mannen als Augustinus, Thomas Aquinas, Calvyn en Scaliger weigeren dit woord van Petrus aldus uit te leggen, en dat zelfs nog in onze dagen mannen als Dr. Kohlbrügge en Dr. HofFman het onhoudbare van die uitlegging op afdoende wijze hebben aangetoond, zou men tegen ons betoog toch niets hoegenaamd me^ 1 Petr, 3 19, 20 vorderen. Immers met woorden: „die in de dagen van Noach ongehoorzaam waren" kunnen niet de kinderen bedoeld zijn. En op hén juist komt het aan. :
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's