Dat de genade particulier is - pagina 178
!
168
Hoe ook
bezien, altijd
komt
het dus hierop neer, dat het Evangelie
moet worden aan een breede reeks van uitverkorenen, die nog niet overgezet zijn uit de duisternis in het Koninkrijk van den Zoon der liefde, d. w. z. aan dezulken, bij wie men nog aan niets gepredikt
wereld weten kan, of ze uitverkorenen zijn of niet. Naardien het nu onmogelijk is uw prediking van het Evangelie te beperken tot een reeks van menschen die ge niet kent, zoo volgt hieruit dan met noodzakelijkheid, dat men om geen enkelen uitverkorene over te slaan, zooveel doenlijk tot allen zich moet uitbreiden. Nieuw blijk, dat de leer der uitverkiezing in plaats van den omvang der prediking te beperken, integendeel den sterksten prikkel biedt, om haar tot allen te doen komen. Wie al dan niet uitverkoren is, ligt bepaald in het Besluit Gods; van welk besluit Hij aan niemand mededeeling heeft gedaan, en waaruit dus ook niemand de gegevens kan trekken, die hem tot leidter
draad konden strekken bij zijn ijveren voor het Koninkrijk. Eegel is en blijft daarom ook te dezen opzichte niet het Besluit, maar het Gehod des Heeren. Het Evangelie moet gepredikt, niet uit eerzucht, om te zeggen: „Ik heb zielen kunnen bekeeren;" maar uit gehoorzaamheid aan God. Desnoods dus al blijft het jaar in jaar uit een ploegen op rotsen. Met een „God wil het!" als eens de kruisvaarders bezielde, moet ook de poort van het hemelsch Jeruzalem bestormd
Maar boven en behalve de beide aangevoerde gronden een
derde
Het
is
Evangelie
is
er
nog
beweegreden, waarop men vooral niet verzuime te letten. namelijk geheel misgezien, inden men zegt: God laat zijn aan alle zondaren prediken met het uitsluitend doel, om
doen komen tot zijn uitverkorenen. Neen, ook al ware het, dat men een middel uitvond, om met wis-^^ kunstige zekerheid te zeggen: „Die is wél een uitverkorene en die niet," zelfs dan nog zou men er volstrekt niet mee van af zijn, om die uitverkorenen op een hoopje te roepen, hun het Evangelie te prediken, en die overigen over te laten aan hun lot. Veeleer zou, ook al stonden alle verkorenen aan één kant en alle verlorenen aan den anderen kant, zelfs dan nog op de Kerk van Jezus de hoog ernstige verplichting rusten, om aan heiden het Evangelie te doen het te
hooren.
En gaand genen
hiermee
komen we
artikel:
„Dezen wel een reuk des levens ten
terug op de hoofdstrekking van ons voorleven,
maar ook
een reuke des doods ten doode,'^ en de Evangelieprediker, ook waar hij den dood brengt, „en goede reuke voor God." Paulus toch zegt het uitdrukkelijk in 3 Cor. 15: „Wij zijn Gode een goede reuke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's