De leer der Verbonden - pagina 191
181
De
rijke heerlijke beloften,
door
God den Heere
in zijn Genadever,
bond besloten, worden volstrekt niet op onzekere kans aangeboden! maar toegebracht aan de verkoren kinderen der erfenisse in het lichtHet is, en blijft alle eeuwen door, gelijk Petrus het op den Pinksterdag uitsprak: „U komt de belofte toe en uwen kinderen en allen die daar verre zijn, zoo velen als de Heere onze God er toe roepen zal'* Innerlijk,
wezenlijk, voor wat de verwerving der kroon aanbelangt, iemand die dood is en dood blijft tot aan zijn neerdalen in het graf niets met het Genadeverbond gemeen. Geen enkele der beloften er van is voor hem. En ook al mocht hij er in verkeerd hebben, dan bestaat er toch nog even weinig gemeenschap tusschen hem en de schatten van dit Genadeverbond als tusschen het water in een bekken en een oliedrop, die op dat water drijft. D. w. z. de gemeenheeft
schap der aanraking, zonder dat het tot levens- en wezensgemeenschap door vermenging van de eigenschappen komt. Alle hiermee strijdige denkbeelden; die vooral door een geheel onjuiste opvatting van het Doopsformulier in de gemeente gangbaar
geworden; moeten dan ook ten ernstigste bestreden worden. dat in den Doop, blijkens het Doopsformulier, aan elk gedoopt kind, hoofd voor hoofd, personeel en wezenlijk, de belofte van^ eeuwige zaligheid gegeven wordt, is niets anders dan een vernietigen van het rijke leven, dat uit dit formulier u tegengeurt, door Arminiaansch gif. Dit mag niet geduld; daar moet tegen ingegaan; en schreit de ziel soms bij het aanzien van den grauwen puinhoop waartoe onze eens zoo heerlijke woning onder de sloopende hand van de waarheidbestrijders wegzonk, laat ons er ook voor danken, dat weer iets van deze schatten uit het puin zichtbaar begint te worden. Houdt goede hope! Is eens het beloop van het fundament weer teruggevonden, dan voegt zich steen na steen weer in den ouden bouwstijl saam. Er moet weer kennisse komen De gemeente mag niet langer ontbloot blijven. Liefst van den kansel, maar desnoods van onder den kansel. De waarheid Gods moet er weer bovenop. Maar, zult ge zeggen, „indien dan het Verbond juist evenzoo exclusief is als de Verkiezing, wat vorder ik er dan mee?" En met die vraag zij t ge in uw volle recht. Die vjaag moet beantwoord. En eerst indien het gelukken mag op die vraag een geheel helder bescheid te geven, kan het licht over de werking van het Verbond u zijn
Te zeggen,
opgaan.
Voorshands hierover slechts een enkele wenk. Stel ge zijt kunstdraaier, en wandelend in het bosch, vindt ge een stuk hout liggen naar uw smaak. Ge beziet het, ja, waarlijk er kon een prachtige beker uit gesneden! En ge neemt dat brok hout meê, ge legt het thuis gekomen in uw lessenaar, opdat het niet wegrake.
Morgen,
overmorgen,
of
later
nog misschien moet ge den beker
er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's